U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de auteur Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

Pelgrimeren, met het hoofd of met de voeten, is in. Niet de bestemming telt, maar onderweg zijn, de ontmoetingen, het landschap, de indrukken.

Peter en Hanny van Rijs, op een kruispunt in hun leven, besloten op weg te gaan, te voet van Canterbury naar Rome. Ze waren drie maanden onderweg.

Op zondag 24 september om 19.00 uur komen ze in de Laurenskerk een uur vertellen over hun voettocht naar Rome.

De toegang is vrij. Iedereen is hartelijk welkom. Meer informatie: bernardvanverschuer@gmail.com

Naar de expositie met foto’s van Kees Molkenboer, waarover ik schreef, kwamen veel mensen kijken, ook Maaskanters, maar vooral uit het Oude Noorden. Een oude buurvrouw wist nog van alles over de Molkenboeren te vertellen. Anderen kwamen met verhalen over de personen op de foto’s, de reus van Rotterdam, de man met een korst brood in de hongerwinter.

Afgelopen dinsdag aan het einde van de bijeenkomst van Dijckhove (die tegenwoordig in Atrium is) vertelde ik over de Rotterdamse foto’s van Molkenboer, waaronder één uit de jaren vijftig van de man die op zijn hoofd staat met een sigaar in zijn mond. “Oh,” zei meneer Gerrits, “maar dat is ome Flip, die getrouwd was met de zuster van mijn moeder, tante Suzan. Oom Flip woonde in de jaren vijftig in de Vletstraat, vlakbij het Zwaanshals. Hij stond met appels en peren op de markt en als hij teveel gedronken had kon hij rustig een half uur op zijn kop blijven staan.”

Men doet en denkt groot in deze stad, maar eigenlijk is Rotterdam een dorp.

Op het Festival voor Oude Muziek in Utrecht worden in deze dagen alle 150 Psalmen gezongen. In een krant werd een componist geinterviewd die de vijfde Psalm nieuw heeft getoonzet en en passant “God” en “Heer” eruit had gegooid. Die woorden zijn hem, zo zei hij, “te groot.”

In de vijfde Psalm is iemand aan het woord voor wie de wereld een grijze soep, een grote duisternis is. Al tastende en vragende gaat hij rond om iets te vinden, een spoortje van licht, iets waar hij zich aan kan oriënteren. Hij vindt God.

Die duisternis waar je in rond kunt dolen zal ieder mens min of meer herkennen. De vraag of je in zo’n toestand op jezelf moet vertrouwen of bij iets anders te rade kunt gaan ook. Misschien kan de vraag zo dringend zijn dat de instantie aan wie hij wordt voorgelegd niet anders dan als “groot” moet worden beschouwd. Zo wordt de mens niet klein gemaakt door de grootheid van God, maar doet de grootheid van God recht aan de mens, aan de toestand waarin hij is.

We gingen, omdat er wat te vieren was, naar het nog tamelijk nieuwe museum MORE (MOdern REalisme) in Gorssel. Met het museum in het voormalige gemeentehuis is Gorssel in de vaart der volkeren opgestoten. Het was zondag rond de middag: lopend, fietsend of per auto met fietsen achterop gebonden ging een stroom bezoekers door het dorp. Sommige schilderijen bevielen, in ieder geval die van Toorop en Mankes.

Rondom het museum zijn de uitspanningen talrijk. We kozen een terras, er was een vrije tafel achter in de hoek tegen de schutting. In het museum en op het terras waren de bezoekers veelal zestigers zoals wij. Marian merkte op dat in het museum nogal wat mensen rondliepen die naast het zien van de schilderijen ook oog hadden voor een date, een scharrel, een ontmoeting of iemand om de levensavond aangenaam mee door te brengen. Ook zij was niet onopgemerkt gebleven, stelde ze met enige tevredenheid vast. Mij was het niet opgevallen.

Lees verder Een dagje uit

Zestien jaar geleden fietste ik met m’n zoon en een vriendje langs het Belgische en Noord Franse front van de Eerste Wereldoorlog. In het Belgische Ieper is de Menense Poort, een monument met de namen van tienduizenden gevallen soldaten. Al bijna honderd jaar lang wordt door een lid van de Ieperse brandweer onder de Menense Poort de “Last Post” geblazen. Om 20.00 uur, dag in dag uit,
ter herinnering aan de gevallenen.

Toen we aan het einde van een dag in Ieper kwamen zetten we de tent op. Ik wilde om acht uur naar de Menense Poort. De jongens waren moe, ze hadden geen zin meer om te fietsen. Bij de Menense Poort verwachtte ik een handjevol mensen maar er stond een menigte, t.v. camera’s waren aanwezig en om acht uur werd de Last Post geblazen. Tussen de mensen door zag ik onder de poort twee rolstoelen met broze figuurtjes. Toen de brandweerman de trompet aan de lippen zette verhief een van de mannen zich halfweg in staande positie, de ander verroerde zich niet onder de plaid waarin hij gepakt was.

Lees verder “Passion Dale”

Logo Column BernardDoor Londen ben ik met de Underground gereisd, in New York met de Subway, in Parijs heb ik in de Métro gezeten, de ondergrondse van St. Petersburg ken ik en de U-Bahn van Berlijn staat nog op m’n bucket list. Maar sinds ik in Rotterdam woon was ik nooit in de Rotterdamse metro geweest (evenmin als in de tram).

Afgelopen woensdag was de dag. Ik zou met iemand die op Rotterdam Centraal aankwam naar het Zuidplein en de metro leek de meest praktische manier. Van Centraal via Stadhuis, Beurs en Leuvehaven. Bij Wilhelminaplein kwamen we boven de grond, een paar minuten later waren we op het Zuidplein.

Veel scholieren en studenten reizen met de metro. Kunst is schaars in de Rotterdamse metro, het straalt Rotterdamse zakelijkheid uit. Maar boven de roltrap op het Zuidplein hangt een metersgrote foto van André Rieu, met de viool aan de kin en zijn walsende orkest achter zich. Merkwaardige keuze op die plaats: het Zuidplein is ongeveer de meest exotische plek van Rotterdam waar alle volken van de aarde verzameld zijn en de witte Europeaan een minderheid. Die zich daar toch thuis mag voelen want André Rieu hangt daar en die kent hij.