U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de auteur Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

Op West Antarctica smelt per seconde 7 miljoen kilo ijs. Voor zover je je daar iets bij kunt voorstellen: een immense massa ijs die onafgebroken met donderend geraas in de oceaan stort. Of: een blauwachtige substantie die fluisterend in het oceaanwater sijpelt.

Er is zo veel ijs op Antarctica dat het nog duizend of duizenden jaren duurt voordat alles is gesmolten. Evengoed vinden wetenschappers die 7 miljoen kg per seconde onrustbarend genoeg.

Mij verwarren de massa en de omvang: zowel de zeven miljoen kilo per seconde als de duizenden jaren. Wetenschappers moeten vooral doorgaan met rekenen en meten, observeren en publiceren. Opdat mensen zich het ter harte nemen en verstandige en daarom radicale conclusies trekken. Maar de voorstelling dat een mens heel Antarctica in een rekenmodel stopt, naar de koffieautomaat loopt en bij terugkomst de uitslag op zijn laptop aantreft kan ik niet rijmen met mijn voorstelling van de nietige mens in een overweldigende omgeving.

De gedachte van de nietige mens in een overweldigende omgeving biedt geen troost. Het helpt wel tegen de hybris of tegen de verwaandheid van de mens die zich inbeeldt zijn eigen lot en ook dat van de aarde in de hand te hebben.

Stichting Platform Islamitisch Overleg Rijnmond (SPIOR) had donderdag voor een Iftar maaltijd uitgenodigd. De rabbijn was er, mensen van de gemeente, van de politie en van allerlei organisaties. Ook collega Bert en ik waren gekomen.

In een restaurant op het Charloisse Hoofd met uitzicht op de Maas werd ons alles aangeboden door de Turkse eigenaar. Er was een klein programma om de tijd voor het begin van de maaltijd te korten en een soera uit de Koran werd gereciteerd.

Om twee voor tien ging de zon onder, volgens Turks gebruik werden daar vijf minuten bij opgeteld, “om zeker te zijn dat je niet te vroeg begint,” en toen wensten we elkaar een goede maaltijd.
Er werden ervaringen over het vasten uitgewisseld: vooral de weekeinden als men bij elkaar gaat eten maken de ramadan gezellig, als je ’s ochtends voor zonsopgang te veel drinkt heb je overdag eerder dorst en de regelmatige gebedstijden geven extra waarde aan de vastentijd.

Hoe het zit met het christelijke vasten, wilde men weten. Ik vertelde dat wij in de weken voor Pasen geen wijn drinken. Mijn tafelgenoten, niet danig onder de indruk, knikten beleefd. Na afloop van de maaltijd hadden we het nog lang over Afghanistan, het land van herkomst van mijn buurman, over de politiek en over het leven als moslim in Nederland. Het was laat toen ik onder de Maas door naar huis fietste.

Aan tafel vertelt m’n Engelse rechterbuurman, begin twintig, hoe hij actief lid van een baptistenkerk werd nadat hij in een crisis kwam toen zijn prille voetbalcarrière door een knieblessure was afgebroken. Aan mijn linkerhand zit een jonge vrouw die met een Pakistaan gaat trouwen. In de huwelijksviering wordt ze Moslim. Ze gaat geen hoofddoek dragen, ze stelt zich voor als een liberale Moslima door het leven te gaan. Naast haar zegt een jonge arts dat hij atheïst is. Hij vertelt dat chimpansees ook voor elkaar zorgen dus dat moreel gedrag niet per se uit godsdienst voortkomt. En dat het Christendom goede dingen heeft voortgebracht, maar ook oorlogen heeft veroorzaakt.

Mensen die elkaar nooit eerder ontmoet hadden vertellen over wat hen drijft. Ik hoor het met verwondering aan.

Honderd keer kan ik door een straat zijn gegaan en de keer daarna iets zien waarvan ik niet wist dat het er was: een gevel, een steen, een ornament, een gebouw. Heb ik honderd keer de andere kant op gekeken of hebben ze het net neergezet?

Het vergaat me zo ook met lezen. Ik zie een woord en vraag me af: heb ik er honderd keer overheen gelezen of hebben ze het pas net bedacht? Het voor mij nieuwste woord is ‘dystopie.’ De eerste keer wist ik niet direct wat het betekent. Het is het tegendeel van ‘utopie’ en het betekent zoiets als ‘een plaats waar je niet wilt zijn.’

‘Dystopie’ kom ik nu overal tegen. In stukken over boeken, in filmrecensies en in artikelen over de ontwikkeling van steden en landen.

Zegt het iets over de hoop die mensen hebben voor de toekomst, of over het ontbreken daarvan? Een utopie is een toekomst die even prachtig is als onrealistisch. Een dystopie is een toekomst die vreselijk is maar, zo lijkt het soms bij de gebruikers van het woord, net zo onafwendbaar als utopie onbereikbaar is.

Maandag de 14e, de dag van het bombardement, ging ik naar de Laurenskerk voor de herdenkingsdienst. Omdat ik na een half uur weg moest schoof ik in een van de achterste rijen naast een man, die schatte ik, van rond 1940 moest zijn. Op mijn knik zei hij “good morning” terug waarop ik vroeg of hij ‘British’ was. Hij antwoordde ontkennend maar hij was gewoon om “good morning” te zeggen. Het zat zo: hij was zijn leven lang van plan geweest om naar Canada te emigreren. Eens was het zo ver dat alle papieren getekend waren maar het ging niet door. “Mijn vrouw wilde niet” zei hij.

Als kind was hij met zijn ouders geëmigreerd. Omdat een van zijn ouders heimwee had waren ze na een tijdje naar Rotterdam teruggekeerd. Sindsdien was naar Canada gaan zijn droom en vaste voornemen. Maar toen hij trouwde bleek zijn vrouw er niet voor te voelen. Hij had gedacht haar wel om te praten maar ze waren altijd hier gebleven.

Hij kwam nooit in de kerk, zei hij. Ik antwoordde dat we allemaal een leven lang onderweg zijn ergens naar toe zonder zeker te weten of we ooit zullen aankomen.

Bij de herdenking van het bombardement op 14 mei wordt dit jaar aandacht besteed aan Abraham Tuschinski, pionier in het Nederlandse bioscoopwezen. In Amsterdam bestaat nog het Tuschinski theater. In Rotterdam werden de bioscopen die door Tuschinski waren opgezet bij het bombardement vernield. In de oorlogsjaren daarna werd de onderneming van de joodse Tuschinski ontmanteld.

Nu wordt hij hier alsnog geëerd: volgens een krant is Tuschinski de man die Hollywood naar Rotterdam bracht. De film en media is na Tuschinski uitgegroeid tot een van de grootse bedrijfstakken in de wereld. Mensen willen geamuseerd worden. Of vanuit een andere hoek gezien: er is een onstilbare behoefte om mee te delen en om mededeling te ontvangen, om te interpreteren en om te verstaan.

Alsof de Heilige Geest van Hollywood bezit genomen heeft.