U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de auteur Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

Zondag 25 februari 19.00 Laurenskerk Op 21 maart zijn gemeenteraadsverkiezingen. Huisvesting, veiligheid, economie en duurzaamheid zijn onderwerpen in de verkiezingsstrijd. Ook ‘migratie’ zal een thema zijn.

De toestroom van mensen naar Rotterdam om te werken en om een veilig heenkomen te vinden is constant. Hoe staat het met de Rotterdamse gastvrijheid, hoe groot is die en wat zijn de grenzen, als die er zijn? Te belangrijk om aan de politiek over te laten, vandaar. Daarover gaan we in gesprek met Bob ter Haar, lid van de bezoekgroep asielzoekers Rotterdam en Bea Kruse, bestuurslid van Mara.

Vrij entree, vanaf 18.30 uur
Informatie: bernardvanverschuer@gmail.com

Voor het kijken naar schaatsen op de t.v. hoef je mij niet wakker te maken. De Noren zijn afgehaakt en op een verdwaalde Duitser of Italiaan na zijn het de Nederlanders die de dienst uitmaken. Dat Sven Kramer, jaar in jaar uit de meeste medailles bij elkaar schaatst maakt elke uitdager bij voorbaat moedeloos.

Door omstandigheden kwam ik ertoe om de gouden 10 kilometerrace van Sven te bekijken. Na afloop van het debakel kreeg de verliezer een microfoon onder zijn neus gedrukt. Ik heb zelden een verslagen mens zo groots zijn verlies zien aanvaarden.

Ik ga voortaan niet naar schaatsen op de t.v. kijken, maar Sven Kramer is een held.

In Utrecht ging ik in het Centraal Museum de expositie van de schilder Pyke Koch bekijken. Pyke Koch kwam in de jaren ’20 van de vorige eeuw naar Utrecht om te studeren. Zijn studie maakte hij niet af, hij werd schilder en bleef in Utrecht. Pyke Koch was onder de indruk van het opkomend fascisme, hij bewonderde Mussolini en sympathiseerde met de NSB, maar NSB hoofdman Mussert vond zijn schilderijen nogal minderwaardig.

Pyke Koch streefde naar een vorm van perfectie en wilde, wat je zou kunnen noemen, essentie uitbeelden. Op zijn laatste schilderij is een koorddanser die over een laag gehangen koord door een kamer gaat. Zijn hoofd is met een doek bedekt.

De priester Antoine Bodar hield in 2017 de Huizinga lezing. De lezing was onderwerp van de vesper vorige zondag. De historicus Johan Huizinga zag in de jaren dertig van de vorige eeuw (opkomst van Nazi-Duitsland) in Nederland ontwikkelingen die hem zorg baarden: vervlakking, verruwing en de belangstelling voor sport waarin hij religieuze elementen meende te zien. Reden waarom Bodar, die nu dezelfde verschijnselen waarneemt, zich met hem verwant voelt.

Huizinga was van huis uit Doopsgezind. In de loop van zijn leven hechtte hij meer betekenis aan zijn christen zijn. Bodar suggereert bij Huizinga ook een toenemende belangstelling voor de liturgie van de Moederkerk. Mogelijk ten onrechte vermoed ik dat Bodars gevoelde verwantschap met Huizinga daar een rol speelt.

Volgens Bodar wilde Huizinga vooral een doel nastreven: het leven gaat om liefde (of vriendschap) en trouw.

Kom daar maar eens om.

In de gemeente waar ik lang geleden werkte werd wel eens verteld hoe echtparen, die vóór het huwelijk een kind op stapel hadden gezet, aan hun vleselijke uitspatting werden herinnerd. Op een zondagmorgen moesten ze met z’n tweeën in de kerk naar voren treden en staande voor de preekstoel hardop schuld belijden. Daarmee was de zaak afgedaan.

Sommigen die het ondergaan hadden liepen een trauma voor het leven op, ik herinner me ook een stel dat erom gelachen had. Het was tot zeker in de jaren zestig gebruik in Protestantse kerken, ik weet niet hoe wijd verbreid. Niet de voorechtelijke seks, maar de publieke berisping is hier de morele ontsporing. Die, meen ik, niet van gisteren is.

Een tamelijk flauwe aankondiging van een carnavalsfeest, een soms meer dan vage beschuldiging van overschrijdend gedrag, het aanwijzen van een schuldige: de behoefte om anderen te straffen en het heimelijke genieten om de vermeende ontsporing. De (sociale) media hebben de plaats van de preekstoel overgenomen.

Het is dus niet de benepenheid van de voorbije gerefomeerde moraal. Het is zo menselijk als wat, deze trek en blijkbaar van alle tijden. Vandaag minstens zo erg als toen, omdat het gepaard gaat met de schijnbare overtuiging dat men het benepene ver zich gelaten heeft.

Afgelopen dinsdag vlogen we een dag op een neer naar Londen. Er was ook nog tijd om naar een museum te gaan. Het “Tate Modern” had een expositie van de Italiaanse schilder Modigliani, die aan het begin van de vorige eeuw een reeks meesterstukken maakte alsof de dood hem op de hielen zat.Wat ook bleek: Modigliani stierf toen hij 35 was.

Modigliani stamde uit een Italiaans geslacht van joodse kooplui. Hij trok naar Parijs om te schilderen. Het waren de jaren van de avant garde. In Parijs ontmoette hij Picasso en Kees van Dongen.
Joodse kunstenaars als Modigliani hadden nogal te lijden onder het anti semitisme dat ook in Frankrijk virulent heerste.

De afkeer van alles wat Joods is heeft in Europa lang overheerst. Er zijn mensen die nu de mond vol hebben van hun of van “onze” joods – christelijke wortels. Het lijkt me dat daar enige vraagtekens bij gezet kunnen worden.