U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de auteur Bert Kuipers

Bert Kuipers

Zondagmiddag was vroeger, herinner ik me, de saaiste middag van de hele week. Afgezien van het obligate wandeltochtje naar het bos toch altijd een middag met weinig vertier. Daar kun je je in Rotterdam anno vandaag weinig meer bij voorstellen. Saai is het hier nooit. Neem nou afgelopen weekeind. Zondag kon je achter de Kunsthal terecht om een heuse hut te bouwen, de hele week trouwens, zondags kwamen alle vader en moeders mee met hun kinderen. Planken, spijkers, zaag en hamer, alles was voorradig en het was een lustig getimmer om je heen. Een alternatief timmerparadijs, voor kinderen en grote mensen die graag kind waren gebleven.

Even verder op, aan de Westzeedijk stonden drommen mensen te wachten op de toegang tot een Reggaefestival in het Park. De vrede van Tiberias, die hier anders op zondagmiddag wordt gevierd werd dit keer wel erg massaal beleefd. Men dan 20.000 mensen dromden op het gras dat de dag tevoren geheel verzopen was door de regen. Entree 65 Euro. Dan moest je vervolgens in een eindeloze rij om gefouilleerd te worden of je niet stiekem een blikje bier naar binnen zou smokkelen. Dan weer in een volgende rij om een token te kopen voor een drankje uit de bars op het terrein. Wie niet naar binnen wilde kon het allemaal van over de zwarte plastic schermen heen volgen.

‘Vrede en liefde en reggae’ was het thema, en inderdaad, geen wanklank, geen geschreeuw, volgzame mensen op een hele grote dikke kluit, die de enkele zonnestraal die binnenviel met dankbaarheid begroetten. Buiten een handjevol agenten. Meer was er niet nodig aan bewaking. Vergelijk dat eens met een voetbal festijn! Wel jammer van het gras. Zou het hersteld zijn volgend weekeind voor de barbecue van de mensen uit de wijken rondom? Of als de dag van de romantische muziek aan breekt en ieder zich op het groene gras wil neervlijen met zijn picknick koffertje… Jezus had destijds niet zo veel concurrentie op de velden in Galilea. Bovendien regende het daar ook niet zo heftig.

Bert Kuipers

Een dagje naar Antwerpen is altijd goed voor een bijna-buitenland er ervaring. Alles likt op ‘bij ons’ en is toch zo anders. Deze vrijdag is het stil, rustig, uitgestorven, zijn de toeristen nog niet wakker? Bij de kathedraal aangekomen begint de grote klok te luiden. Nieuwsgierig wat er zou kunnen wezen – er lopen mannen met opgerolde vlaggen onder de arm – gaan we maar eens kijken.

We mogen niet door de hoofdingang, die is voor genodigden, maar de zijingang staat ook open. Er wordt een Te Deum aangekondigd en dat is iets voor vorstelijke momenten. Een buurvrouw achter ons, ook een ‘Ollander’, haar dochter studeert in de Schelderstad, weet dat het vandaag Koningsdag is. Vandaar deze viering. De bisschop is de gastheer, de burgemeesters zal er ook zijn. Wie weet ook wel de koning, mijmeren we, maar in plaats daarvan wandelt Bart de Wever de kerk binnen, veinzend ieder te groeten, maar niemand groet er terug. Er roffelt een groep fanfarespelers door het middenpad en als de klokken uitgeluid zijn treedt een indrukwekkend cortège naar binnen:   mannen, een enkel vrouw in toga, met kanten bef, en nog andere hoogwaardigheidsbekleders, een handvol clerus en tenslotte de bisschop met zijn mijter. Hoezo scheiding kerk en staat, bedenken we, alles lijkt hier nog éen, Union fait la force, is dan ook de lijfspreuk van onze buren. Protestanten, humanisten (vrijzinnigen heet dat hier) en moslims, lijken zich moeiteloos aan te passen.

Lees verder Een andere Koningsdag

Een doodshemd heeft geen zakken, dus moet iemand anders na onze dood alles regelen dat we achter laten. Een mens sterft zo twee keer, of nog wel vaker. In elk ding dat je moet regelen wordt het overlijden van je dierbare onherroepelijker. Als de boedel verdeeld is en het huis ontruimd, resten jou als gestorvene nog slechts twee vierkante meters grond waar je gedachtenis nog een poos mag verblijven. Na een crematie blijft dat zelfs niet eens over.

Het overkomt iedereen wel eens een keer, of vaker dat je zo’n proces moet begeleiden. Ik ben aan de beurt vanwege mijn overleden zusje. Executeur ben je dan, een wat macabere titel voor een inderdaad nogal macabere dienst. Een dagtaak lijkt het wel te zijn.

Eerst maar eens alle goed doelen verwittigen, dat hun weldoenster er niet meer is. ‘Oke’, antwoordt de meneer van het Humanistisch Verbond. Als ik zeg dat ik dat helemaal niet zo ‘oke’ vindt, begint hij wat te schutteren en noteert naam en adres van zusje. Het gesprek eindigt met de vraag of ik dan misschien lid wil worden… Ach ik heb al een verbond, antwoord ik.

Lees verder Kringloop

 

Van Luther weten we dat hij als jongeman worstelde met zijn idee wat God van hem vroeg, of zelfs eiste. Een flinke onweersbui in het open veld bracht hem er toe zich in te laten schrijven in een Augustijner klooster. Een hard leven als monnik volgde. En tijdens een verblijf op de Wartburg streed hij met de vraag hoe hij een rechtvaardige God zou kunnen krijgen. Dus niet zo’n boze God die loert op elke misstap van de menselijke sterveling. Wat een ontdekking als bij hem het licht doorbreekt dat die God van hem al lang rechtvaardig is, namelijk genade schenkend. Een boze God, die al ons falen bijhoudt met een opschrijfboekje, dat beeld lijkt ons in het bloed te zitten.

Dan kom je ’s morgens in de kerk. De mensen druppelen binnen. Bij ons kijken ze gelukkig niet zo ernstig als in veel andere kerken. Die boze God, die Luther eerst in zijn hoofd had, die kennen ze niet of hebben ze al lang achter zich gelaten. Tegen de tijd dat de dienst begint komen ook de gezinnen, met kinderen. Daar wordt de kerk gelijk heel anders door, vrolijker, lawaaieriger. De kinderen testen de ruimte met hun stem: hoor eens wat een galm!  Ze zetten het ook gelijk op een holletje, er is ook zo veel ruimte!

Eén meisje heeft zelfs wieltjes onder haar schoenen. Ze zoeft van de ene zuil naar de ander, laveert tussen altaar en bloemenvazen, tussen koorzangers en koffiedrinkers. Van een boze God, die mensen e stuipen op het lijf jaagt met onweer of het verpletterende gevoel dat we niet zouden deugen heeft zij nooit gehoord. Haar ouders hebben haar vast van een heel andere God verteld. Voor haar is de kerk ruimte. Als ze ooit nog eens ouderling zou worden, hoop ik maar dat ze die schoenen houdt. Dat houdt ons in beweging.

Leuvehaven met rechts onder de Zuiderkerk

Ramen

Zondag aanstaande worden de glasinlood ramen in het hoogkoor van de Laurenskerk onthuld. We maken er een feestelijk gebeuren van.

Op de een of andere manier moet ik steeds maar denken aan de nieuwe kerkramen voor de Zuiderkerk. Die kerk is nog slechts een herinnering. Hij ging ten onder bij het bombardement op 14 mei 1940. Een royale kerk, een centraal bouw in neogotische stijl gebouwd, gedekt met een pyramide dak met daarop een slanke lood gedekte toren. Een kerk met veel hoge vensters. Voor die vensters maakte de Rotterdamse kunstenaar Marius Richters glas in lood ramen. Van hem is werk bewaard in de Raadzaal van het Stadhuis. De kartons van de ramen zijn er ten dele nog van bewaard. De ramen kwamen tot stand dankzij de inspanningen van ds. Oberman, toen een heel actieve predikant in onze Hervormde Gemeente.

Ze waren net klaar, toen kwamen de vliegtuigen op die dinsdag de 14e mei. Kerk en ramen zijn verdwenen. Waar de kerk stond, is nu water, tussen Glashaven en Wijnhaven. Er is zelfs nergens een plaquette die aan de kerk herinnert. Kunstenaars zijn wel gewend dat hun werk niet eeuwig blijvend is. Bij Marius Richters moet het toch diepe voren hebben getrokken. Zo veel werk en dan ineens weg…. De bezetting moest trouwens nog beginnen…

Glas in lood ramen zijn kwetsbaar. In tijden van oorlog, bij bombardementen en beschietingen zijn dit soort ramen de eersten die getroffen worden. Door de luchtdruk worden ze gewoon uit de sponningen geschoten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in veel kerken in Europa uit voorzorg die ramen maar uitgenomen en ergens veilig opgeslagen. Bij de Zuiderkerk was die vooruitziende blik nog niet aan de orde.

Het plaatsen van ramen is daarmee een acte van geloof. Ze staan er voor de toekomst. En daar geloven we toch maar in.

Bert Kuipers

 

 

 

Ineens heeft iedereen het er over. Staat het in nieuwsberichten en krantenbijlagen. De kans dat we worden verleid door Nepnieuws.  Premier Rutten stemt in met het voornemen van de State of California om zich los te maken van de Verenigde Staten. ‘Er zullen vast meer staten volgen, stelt hij voor, is die Statenbond eigenlijk nog wel van deze tijd?’

Iedereen kan het schrijven, tenminste wie een beetje fantasie heeft en weet hoe dat moet, digitaal, zogezegd. Een beetje een kwaadaardige inborst is ook wel handig. Dan word je niet in verlegenheid gebracht door ethische argumenten of het wel goed en passend is.

Hoe zouden die bijbelschrijvers hier over hebben gedacht, bedacht ik deze week, bij de volgende bijlage in de krant over Nepnieuws. We weten inmiddels dat zij weinig materiaal achter de hand hadden om hun verhalen te staven op waarheid, betrouwbaarheid. Overtuigingskracht, daar beschikten ze zeker over, we lezen hun verhalen nog steeds, na twintig eeuwen. Zelfs na anderhalve eeuw Bijbelkritiek.

Gedreven waren ze ook. Johannes de Evangelist bijvoorbeeld, bezweert aan het eind van zijn Evangelie de lezer dat zij toch vooral gaan geloven dat Jezus de Christus is. Welke discussies er later in de geschiedenis hebben plaats gehad bij het vormen van de Canon, anders gezegd, bij de vraag wat er in de bijbel mocht en wat niet, dat is niet bekend. Dat de Evangelisten, onderling toch wel erg uit de pas lopen in herkenbaarheid van de loop van het verhaal, en ieder zo zijn eigen waarheid en verhaal heeft, dat is onloochenbaar. Het moet de samenstellers van die Canon toch ook opgevallen zijn….zou niemand ooit gedacht hebben: waar hálen ze het vandaan, is dit geen Nepnieuws?

Het oudste Nepnieuws dat in de bijbel staat, horen we in Genesis 3. In de discussie van de slang met Eva, in het paradijs. De slang weet precies wat God al of niet verboden heeft en waarom en waartoe. Dat suggereert hij tenminste. Het verhaal van de knop met het bordje er onder: pas op, niet aankomen! Nepnieuws is verdachtmaking. Dus eet de mens, naar hartelust.

Bert Kuipers