U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

Een paar decennia terug hadden veel mensen het over de “multiculturele samenleving.” Vandaag is dat begrip taboe. Dat is opmerkelijk. Want het lijkt me onomstotelijk dat de samenleving multicultureler is geworden, dat wil zeggen dat mensen met verschillende culturele achtergrond in één land leven.
Het begrip “multiculturele samenleving” wordt niet gezien als een feit (daarvoor hoef je maar een keer de Zwart Jansstraat af te gaan) maar eerder als iets wat gewenst werd, een ideaal en dat ideaal is nu uit de mode.
In tegenstelling daarmee spreekt men nu niet over een overheersende cultuur, die van de meerderheid, maar over ‘de gewone Nederlander’ die niet over het hoofd gezien moet worden.
Om het leefbaar te houden lijkt me een soort van gemeenschappelijke cultuur noodzaak. Hoe je je op straat gedraagt, hoe mensen hun kinderen opvoeden, hoe je omgaat met afwijkende en kwetsbare mensen. Over het gemeenschappelijke zijn we het minder eens dan ooit. Niet eens de gewone en de niet gewone Nederlander, maar wij met z’n allen niet.
Het heeft iets te maken met het individu en de groep, en in hoeverre het individu zich bewust is dat ie deel uitmaakt van iets groters dan hijzelf.
Nu we ook nog het wij-gevoel bij het komende W.K. voetbal moeten missen is dat een prangende vraag.

Het moet raar lopen als Angela Merkel zondag niet voor de vierde keer Duitse Bundeskänzlerin wordt. Ze heeft ook in Nederland bewonderaars. Paul Hensen (gemeentelid) is daar één van en dat zegt wat. Voor mij is Merkel degene die de geest van Europa overeind heeft gehouden toen ze twee jaar geleden, zonder voorbehoud, de Duitse grenzen opende voor vluchtelingen uit het Midden Oosten. Op een vraag hoe om te gaan met de toenemende invloed van de Islam in Duitsland antwoordde ze de bezorgde burger dat het geen kwaad kan als men ter versterking van de eigen identiteit zelf eens wat in de bijbel zou lezen of naar een kerkdienst gaan. Had haar Nederlandse geestverwant Buma iemand aangeraden wat vaker in de bijbel te lezen dan was hij met hoon overladen.

Dat een vrouw, een Duitse vrouw, zonder kapsones en capriolen, de onbetwiste leider van Europa is kun je een wonderlijke speling van de geschiedenis noemen.

In het begin van de jaren negentig kwam Angela Merkel, net begonnen aan haar politieke carrière, het nieuwe ouderencentrum openen in de Oost-Duitse stad waar wij woonden. Marian had zich met de bouw beziggehouden en mocht de Frau Ministerin rondleiden. Zo nu en dan raak ik even haar hand aan om me te realiseren dat ik slechts één handdruk van Angela Merkel verwijderd ben. Wenst u na afloop van een kerkdienst de dominee een goede zondag dan bent u dus niet verder dan twee handdrukken bij Angela Merkel vandaan!

Naar de expositie met foto’s van Kees Molkenboer, waarover ik schreef, kwamen veel mensen kijken, ook Maaskanters, maar vooral uit het Oude Noorden. Een oude buurvrouw wist nog van alles over de Molkenboeren te vertellen. Anderen kwamen met verhalen over de personen op de foto’s, de reus van Rotterdam, de man met een korst brood in de hongerwinter.

Afgelopen dinsdag aan het einde van de bijeenkomst van Dijckhove (die tegenwoordig in Atrium is) vertelde ik over de Rotterdamse foto’s van Molkenboer, waaronder één uit de jaren vijftig van de man die op zijn hoofd staat met een sigaar in zijn mond. “Oh,” zei meneer Gerrits, “maar dat is ome Flip, die getrouwd was met de zuster van mijn moeder, tante Suzan. Oom Flip woonde in de jaren vijftig in de Vletstraat, vlakbij het Zwaanshals. Hij stond met appels en peren op de markt en als hij teveel gedronken had kon hij rustig een half uur op zijn kop blijven staan.”

Men doet en denkt groot in deze stad, maar eigenlijk is Rotterdam een dorp.

Het is woensdagmorgen en het stormt. Gelukkig hier niet zo dramatisch als aangekondigd, maar het waait stevig, en de sluizen bij de Leuvehaven zijn gesloten. Veilig gevoel. Op kantoor aangekomen roept het al aanwezige personeel: wij hebben geen internet. Toch niet vanwege de storm? Je zou het bijna denken. Hoe dan ook, de laatste mail kwam gisteravond binnen en sindsdien is het stil. We zijn afgesloten van de buitenwereld. Niemand kan ons bereiken en wij kunnen ook naar niemand toe. Hoe moet dat nu, met alle voorbereidingen voor zondag, en voor de bijeenkomsten deze week en volgende week, en het symposium en het Laurentiusdiner…. Wat gaan we vandaag doen? De kasten maar eens opruimen? Wacht! Hoe ging dat vroeger ook al weer?
Een dominee werkte gewoon thuis, op de studeerkamer, tussen de boeken en de zwarte toga aan een knaapje. Wat er op gezocht moest worden, een weetje, een tekst, een theologische waarheid, stond gewoon in een boek, boeken genoeg. Wat er geschreven moest worden ging met de pen, op papier, later geordend in mappen en ordners of gewoon losjes op stapeltjes. Ook de preek. De communicatie ging met de telefoon, die dan ook herhaaldelijk door het hele huis heen schalde, want een beetje pastorie heeft een huislijn met overal bellen.
En er zat een brievenbus in de buitendeur, en met regelmaat klepperde die bus omdat iemand een briefje in de bus stopte. Over een afspraak die moest worden bevestigd, of verschoven. Over ongenoegen over afgelopen zondag, of dat het allemaal zo mooi was. Bedenk ook: de post kwam elke dag, wat zeg ik: vaak twee keer per dag. Met vrijwel altijd een aardige stapel post. De Nederlandse Hervormde Kerk had nog portvrijdom en deponeerde met grote regelmaat flinke enveloppen op de mat met stukken over het beleid van de kerk, een orgaan van bijstand, of over de financiën. Iedereen stuurde post, en niet zelden kwam die ook uit het buitenland. En omdat een dorp laagdrempeliger is dan een stad stond er nogal eens iemand met een boodschap of verhaal voor de deur. Koffie, thee, het hoorde er allemaal bij.
Het nieuws kwam binnen via de krant, de radio ook, televisie heb ik me pas aan bezondigd toen de Berlijnse Muur viel en ik de gebeurtenissen ginds levend en wel wilde zien. In de trein lazen mensen een krant, een boek, of deden een dutje. Of praatten met elkaar. Van Utrecht tot Enschede.
Toch straks thuis even op Google kijken wanneer dat allemaal zo veranderd is….
Bert Kuipers

Op het Festival voor Oude Muziek in Utrecht worden in deze dagen alle 150 Psalmen gezongen. In een krant werd een componist geinterviewd die de vijfde Psalm nieuw heeft getoonzet en en passant “God” en “Heer” eruit had gegooid. Die woorden zijn hem, zo zei hij, “te groot.”

In de vijfde Psalm is iemand aan het woord voor wie de wereld een grijze soep, een grote duisternis is. Al tastende en vragende gaat hij rond om iets te vinden, een spoortje van licht, iets waar hij zich aan kan oriënteren. Hij vindt God.

Die duisternis waar je in rond kunt dolen zal ieder mens min of meer herkennen. De vraag of je in zo’n toestand op jezelf moet vertrouwen of bij iets anders te rade kunt gaan ook. Misschien kan de vraag zo dringend zijn dat de instantie aan wie hij wordt voorgelegd niet anders dan als “groot” moet worden beschouwd. Zo wordt de mens niet klein gemaakt door de grootheid van God, maar doet de grootheid van God recht aan de mens, aan de toestand waarin hij is.

We gingen, omdat er wat te vieren was, naar het nog tamelijk nieuwe museum MORE (MOdern REalisme) in Gorssel. Met het museum in het voormalige gemeentehuis is Gorssel in de vaart der volkeren opgestoten. Het was zondag rond de middag: lopend, fietsend of per auto met fietsen achterop gebonden ging een stroom bezoekers door het dorp. Sommige schilderijen bevielen, in ieder geval die van Toorop en Mankes.

Rondom het museum zijn de uitspanningen talrijk. We kozen een terras, er was een vrije tafel achter in de hoek tegen de schutting. In het museum en op het terras waren de bezoekers veelal zestigers zoals wij. Marian merkte op dat in het museum nogal wat mensen rondliepen die naast het zien van de schilderijen ook oog hadden voor een date, een scharrel, een ontmoeting of iemand om de levensavond aangenaam mee door te brengen. Ook zij was niet onopgemerkt gebleven, stelde ze met enige tevredenheid vast. Mij was het niet opgevallen.

Lees verder Een dagje uit