U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie column

Zestien jaar geleden fietste ik met m’n zoon en een vriendje langs het Belgische en Noord Franse front van de Eerste Wereldoorlog. In het Belgische Ieper is de Menense Poort, een monument met de namen van tienduizenden gevallen soldaten. Al bijna honderd jaar lang wordt door een lid van de Ieperse brandweer onder de Menense Poort de “Last Post” geblazen. Om 20.00 uur, dag in dag uit,
ter herinnering aan de gevallenen.

Toen we aan het einde van een dag in Ieper kwamen zetten we de tent op. Ik wilde om acht uur naar de Menense Poort. De jongens waren moe, ze hadden geen zin meer om te fietsen. Bij de Menense Poort verwachtte ik een handjevol mensen maar er stond een menigte, t.v. camera’s waren aanwezig en om acht uur werd de Last Post geblazen. Tussen de mensen door zag ik onder de poort twee rolstoelen met broze figuurtjes. Toen de brandweerman de trompet aan de lippen zette verhief een van de mannen zich halfweg in staande positie, de ander verroerde zich niet onder de plaid waarin hij gepakt was.

Lees verder “Passion Dale”

Een dagje naar Antwerpen is altijd goed voor een bijna-buitenland er ervaring. Alles likt op ‘bij ons’ en is toch zo anders. Deze vrijdag is het stil, rustig, uitgestorven, zijn de toeristen nog niet wakker? Bij de kathedraal aangekomen begint de grote klok te luiden. Nieuwsgierig wat er zou kunnen wezen – er lopen mannen met opgerolde vlaggen onder de arm – gaan we maar eens kijken.

We mogen niet door de hoofdingang, die is voor genodigden, maar de zijingang staat ook open. Er wordt een Te Deum aangekondigd en dat is iets voor vorstelijke momenten. Een buurvrouw achter ons, ook een ‘Ollander’, haar dochter studeert in de Schelderstad, weet dat het vandaag Koningsdag is. Vandaar deze viering. De bisschop is de gastheer, de burgemeesters zal er ook zijn. Wie weet ook wel de koning, mijmeren we, maar in plaats daarvan wandelt Bart de Wever de kerk binnen, veinzend ieder te groeten, maar niemand groet er terug. Er roffelt een groep fanfarespelers door het middenpad en als de klokken uitgeluid zijn treedt een indrukwekkend cortège naar binnen:   mannen, een enkel vrouw in toga, met kanten bef, en nog andere hoogwaardigheidsbekleders, een handvol clerus en tenslotte de bisschop met zijn mijter. Hoezo scheiding kerk en staat, bedenken we, alles lijkt hier nog éen, Union fait la force, is dan ook de lijfspreuk van onze buren. Protestanten, humanisten (vrijzinnigen heet dat hier) en moslims, lijken zich moeiteloos aan te passen.

Lees verder Een andere Koningsdag

Een doodshemd heeft geen zakken, dus moet iemand anders na onze dood alles regelen dat we achter laten. Een mens sterft zo twee keer, of nog wel vaker. In elk ding dat je moet regelen wordt het overlijden van je dierbare onherroepelijker. Als de boedel verdeeld is en het huis ontruimd, resten jou als gestorvene nog slechts twee vierkante meters grond waar je gedachtenis nog een poos mag verblijven. Na een crematie blijft dat zelfs niet eens over.

Het overkomt iedereen wel eens een keer, of vaker dat je zo’n proces moet begeleiden. Ik ben aan de beurt vanwege mijn overleden zusje. Executeur ben je dan, een wat macabere titel voor een inderdaad nogal macabere dienst. Een dagtaak lijkt het wel te zijn.

Eerst maar eens alle goed doelen verwittigen, dat hun weldoenster er niet meer is. ‘Oke’, antwoordt de meneer van het Humanistisch Verbond. Als ik zeg dat ik dat helemaal niet zo ‘oke’ vindt, begint hij wat te schutteren en noteert naam en adres van zusje. Het gesprek eindigt met de vraag of ik dan misschien lid wil worden… Ach ik heb al een verbond, antwoord ik.

Lees verder Kringloop

Logo Column BernardDoor Londen ben ik met de Underground gereisd, in New York met de Subway, in Parijs heb ik in de Métro gezeten, de ondergrondse van St. Petersburg ken ik en de U-Bahn van Berlijn staat nog op m’n bucket list. Maar sinds ik in Rotterdam woon was ik nooit in de Rotterdamse metro geweest (evenmin als in de tram).

Afgelopen woensdag was de dag. Ik zou met iemand die op Rotterdam Centraal aankwam naar het Zuidplein en de metro leek de meest praktische manier. Van Centraal via Stadhuis, Beurs en Leuvehaven. Bij Wilhelminaplein kwamen we boven de grond, een paar minuten later waren we op het Zuidplein.

Veel scholieren en studenten reizen met de metro. Kunst is schaars in de Rotterdamse metro, het straalt Rotterdamse zakelijkheid uit. Maar boven de roltrap op het Zuidplein hangt een metersgrote foto van André Rieu, met de viool aan de kin en zijn walsende orkest achter zich. Merkwaardige keuze op die plaats: het Zuidplein is ongeveer de meest exotische plek van Rotterdam waar alle volken van de aarde verzameld zijn en de witte Europeaan een minderheid. Die zich daar toch thuis mag voelen want André Rieu hangt daar en die kent hij.

Logo Column BernardDeze dagen is in het park naast Boymans van Beuningen het theaterfestival ‘de Parade.’ Een van de voorstellingen is genaamd ‘Vloeken in de kerk.’ Met een dubbeldekker bus werden we van het Paradeterrein naar de Waalse kerk vervoerd. Onderweg worden busjes uitgedeeld waarmee we bellen blazen. De “bubble” doorprikken is het onderwerp van de voorstelling die we gaan beleven.

In de kerk nemen we plaats in de banken. De acteurs representeren een aantal van de zeven deugden: geloof, wijsheid, hoop en liefde. Er wordt gebiecht: ieder zit in z’n eigen ‘bubble.’ De acteurs vertellen over hun ‘bubble’, links, liberaal, lezer van de Correspondent en de Volkskrant.

Een van hen, in zijn onderbroek, klimt op de kansel en steekt een donderpreek af: over ons en onze ‘bubbles’ en of we daar niet eens uit moeten. Mijn aanvankelijke aarzeling over deze ‘kerkdienst’ (weer een gelegenheid om met de hele santenkraam van godsdienst af te rekenen) slaat om in lichte bewondering. Ze hebben, terwijl ze mogelijk nooit in een kerkdienst geweest zijn, opmerkelijk scherp waargenomen waar het in de kerk over kan of moet gaan: dat je je afvraagt in welke ‘bubble’ je zit, allemaal lekker samen met je grote eigen, zelfrechtvaardigende gelijk.

En de voorganger in zijn onderbroek en een grijs tricootje, daar kan ik in mijn eigen dominees ‘bubble’ wat van opsteken. Gesticht kwamen we weer naar buiten.

Logo Column BernardVorige week, bij het afscheid van een jong gestorven familielid, werd gesproken over vriendschap met een citaat van Winnie the Pooh dat “vriendschap een leven lang duurt …. en langer en langer.”
‘s Avonds hoorde ik hetzelfde citaat in een toespraak bij een verjaardag, dat “vriendschap langer duurt dan het leven zelf.”

Op de radio is een reclamespot voor goede doelenfondsen, waarin je een vrouw hoort zeggen dat ze later (als ze dood is) les gaat geven aan kinderen in achterstandswijken. Gesuggereerd wordt dat ze in haar testament geld bestemt voor een onderwijsproject.

Dat ons leven te kort is om alle doelen te realiseren en om aan vriendschappen recht te doen lijkt een nieuwe gedachte.

Het voorlopige, merkwaardige hoogtepunt van die nieuwe gedachte hoorde ik onlangs. Na een lang ziekbed was een vrouw overleden. Ze liet een man na en jongvolwassen kinderen. Enkele maanden na het overlijden werd de weduwnaar op zijn verjaardag verrast met een nieuwe sportwagen die aan de deur bezorgd werd en ook de kinderen werden door hun overleden moeder op hun verjaardagen met cadeaus bedacht.

Het lijkt dat we hier met een nieuwe interpretatie van ‘eeuwigheid’ te maken hebben.