U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

Naar de expositie met foto’s van Kees Molkenboer, waarover ik schreef, kwamen veel mensen kijken, ook Maaskanters, maar vooral uit het Oude Noorden. Een oude buurvrouw wist nog van alles over de Molkenboeren te vertellen. Anderen kwamen met verhalen over de personen op de foto’s, de reus van Rotterdam, de man met een korst brood in de hongerwinter.

Afgelopen dinsdag aan het einde van de bijeenkomst van Dijckhove (die tegenwoordig in Atrium is) vertelde ik over de Rotterdamse foto’s van Molkenboer, waaronder één uit de jaren vijftig van de man die op zijn hoofd staat met een sigaar in zijn mond. “Oh,” zei meneer Gerrits, “maar dat is ome Flip, die getrouwd was met de zuster van mijn moeder, tante Suzan. Oom Flip woonde in de jaren vijftig in de Vletstraat, vlakbij het Zwaanshals. Hij stond met appels en peren op de markt en als hij teveel gedronken had kon hij rustig een half uur op zijn kop blijven staan.”

Men doet en denkt groot in deze stad, maar eigenlijk is Rotterdam een dorp.

Het is woensdagmorgen en het stormt. Gelukkig hier niet zo dramatisch als aangekondigd, maar het waait stevig, en de sluizen bij de Leuvehaven zijn gesloten. Veilig gevoel. Op kantoor aangekomen roept het al aanwezige personeel: wij hebben geen internet. Toch niet vanwege de storm? Je zou het bijna denken. Hoe dan ook, de laatste mail kwam gisteravond binnen en sindsdien is het stil. We zijn afgesloten van de buitenwereld. Niemand kan ons bereiken en wij kunnen ook naar niemand toe. Hoe moet dat nu, met alle voorbereidingen voor zondag, en voor de bijeenkomsten deze week en volgende week, en het symposium en het Laurentiusdiner…. Wat gaan we vandaag doen? De kasten maar eens opruimen? Wacht! Hoe ging dat vroeger ook al weer?
Een dominee werkte gewoon thuis, op de studeerkamer, tussen de boeken en de zwarte toga aan een knaapje. Wat er op gezocht moest worden, een weetje, een tekst, een theologische waarheid, stond gewoon in een boek, boeken genoeg. Wat er geschreven moest worden ging met de pen, op papier, later geordend in mappen en ordners of gewoon losjes op stapeltjes. Ook de preek. De communicatie ging met de telefoon, die dan ook herhaaldelijk door het hele huis heen schalde, want een beetje pastorie heeft een huislijn met overal bellen.
En er zat een brievenbus in de buitendeur, en met regelmaat klepperde die bus omdat iemand een briefje in de bus stopte. Over een afspraak die moest worden bevestigd, of verschoven. Over ongenoegen over afgelopen zondag, of dat het allemaal zo mooi was. Bedenk ook: de post kwam elke dag, wat zeg ik: vaak twee keer per dag. Met vrijwel altijd een aardige stapel post. De Nederlandse Hervormde Kerk had nog portvrijdom en deponeerde met grote regelmaat flinke enveloppen op de mat met stukken over het beleid van de kerk, een orgaan van bijstand, of over de financiën. Iedereen stuurde post, en niet zelden kwam die ook uit het buitenland. En omdat een dorp laagdrempeliger is dan een stad stond er nogal eens iemand met een boodschap of verhaal voor de deur. Koffie, thee, het hoorde er allemaal bij.
Het nieuws kwam binnen via de krant, de radio ook, televisie heb ik me pas aan bezondigd toen de Berlijnse Muur viel en ik de gebeurtenissen ginds levend en wel wilde zien. In de trein lazen mensen een krant, een boek, of deden een dutje. Of praatten met elkaar. Van Utrecht tot Enschede.
Toch straks thuis even op Google kijken wanneer dat allemaal zo veranderd is….
Bert Kuipers

Op het Festival voor Oude Muziek in Utrecht worden in deze dagen alle 150 Psalmen gezongen. In een krant werd een componist geinterviewd die de vijfde Psalm nieuw heeft getoonzet en en passant “God” en “Heer” eruit had gegooid. Die woorden zijn hem, zo zei hij, “te groot.”

In de vijfde Psalm is iemand aan het woord voor wie de wereld een grijze soep, een grote duisternis is. Al tastende en vragende gaat hij rond om iets te vinden, een spoortje van licht, iets waar hij zich aan kan oriënteren. Hij vindt God.

Die duisternis waar je in rond kunt dolen zal ieder mens min of meer herkennen. De vraag of je in zo’n toestand op jezelf moet vertrouwen of bij iets anders te rade kunt gaan ook. Misschien kan de vraag zo dringend zijn dat de instantie aan wie hij wordt voorgelegd niet anders dan als “groot” moet worden beschouwd. Zo wordt de mens niet klein gemaakt door de grootheid van God, maar doet de grootheid van God recht aan de mens, aan de toestand waarin hij is.

We gingen, omdat er wat te vieren was, naar het nog tamelijk nieuwe museum MORE (MOdern REalisme) in Gorssel. Met het museum in het voormalige gemeentehuis is Gorssel in de vaart der volkeren opgestoten. Het was zondag rond de middag: lopend, fietsend of per auto met fietsen achterop gebonden ging een stroom bezoekers door het dorp. Sommige schilderijen bevielen, in ieder geval die van Toorop en Mankes.

Rondom het museum zijn de uitspanningen talrijk. We kozen een terras, er was een vrije tafel achter in de hoek tegen de schutting. In het museum en op het terras waren de bezoekers veelal zestigers zoals wij. Marian merkte op dat in het museum nogal wat mensen rondliepen die naast het zien van de schilderijen ook oog hadden voor een date, een scharrel, een ontmoeting of iemand om de levensavond aangenaam mee door te brengen. Ook zij was niet onopgemerkt gebleven, stelde ze met enige tevredenheid vast. Mij was het niet opgevallen.

Lees verder Een dagje uit

Zondagmiddag was vroeger, herinner ik me, de saaiste middag van de hele week. Afgezien van het obligate wandeltochtje naar het bos toch altijd een middag met weinig vertier. Daar kun je je in Rotterdam anno vandaag weinig meer bij voorstellen. Saai is het hier nooit. Neem nou afgelopen weekeind. Zondag kon je achter de Kunsthal terecht om een heuse hut te bouwen, de hele week trouwens, zondags kwamen alle vader en moeders mee met hun kinderen. Planken, spijkers, zaag en hamer, alles was voorradig en het was een lustig getimmer om je heen. Een alternatief timmerparadijs, voor kinderen en grote mensen die graag kind waren gebleven.

Even verder op, aan de Westzeedijk stonden drommen mensen te wachten op de toegang tot een Reggaefestival in het Park. De vrede van Tiberias, die hier anders op zondagmiddag wordt gevierd werd dit keer wel erg massaal beleefd. Men dan 20.000 mensen dromden op het gras dat de dag tevoren geheel verzopen was door de regen. Entree 65 Euro. Dan moest je vervolgens in een eindeloze rij om gefouilleerd te worden of je niet stiekem een blikje bier naar binnen zou smokkelen. Dan weer in een volgende rij om een token te kopen voor een drankje uit de bars op het terrein. Wie niet naar binnen wilde kon het allemaal van over de zwarte plastic schermen heen volgen.

‘Vrede en liefde en reggae’ was het thema, en inderdaad, geen wanklank, geen geschreeuw, volgzame mensen op een hele grote dikke kluit, die de enkele zonnestraal die binnenviel met dankbaarheid begroetten. Buiten een handjevol agenten. Meer was er niet nodig aan bewaking. Vergelijk dat eens met een voetbal festijn! Wel jammer van het gras. Zou het hersteld zijn volgend weekeind voor de barbecue van de mensen uit de wijken rondom? Of als de dag van de romantische muziek aan breekt en ieder zich op het groene gras wil neervlijen met zijn picknick koffertje… Jezus had destijds niet zo veel concurrentie op de velden in Galilea. Bovendien regende het daar ook niet zo heftig.

Bert Kuipers

Zestien jaar geleden fietste ik met m’n zoon en een vriendje langs het Belgische en Noord Franse front van de Eerste Wereldoorlog. In het Belgische Ieper is de Menense Poort, een monument met de namen van tienduizenden gevallen soldaten. Al bijna honderd jaar lang wordt door een lid van de Ieperse brandweer onder de Menense Poort de “Last Post” geblazen. Om 20.00 uur, dag in dag uit,
ter herinnering aan de gevallenen.

Toen we aan het einde van een dag in Ieper kwamen zetten we de tent op. Ik wilde om acht uur naar de Menense Poort. De jongens waren moe, ze hadden geen zin meer om te fietsen. Bij de Menense Poort verwachtte ik een handjevol mensen maar er stond een menigte, t.v. camera’s waren aanwezig en om acht uur werd de Last Post geblazen. Tussen de mensen door zag ik onder de poort twee rolstoelen met broze figuurtjes. Toen de brandweerman de trompet aan de lippen zette verhief een van de mannen zich halfweg in staande positie, de ander verroerde zich niet onder de plaid waarin hij gepakt was.

Lees verder “Passion Dale”