U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

Op koningsdag verandert het kosmopolitische Nederland in een kneuterig, tijdloos dorp dat z’n jaarmarkt beleeft. De kleedjes op straat met de overbodige spullen maken het onafgebroken jagen naar spullen even erg betrekkelijk. Mijn ouders keken op Koninginnedag naar de t.v. en aten daarbij een oranje tompoes.

Ik ben minder belijdend oranjegezind dan zij, maar de voordelen van een republiek zie ik niet. Een president als staatshoofd zal wel wat goedkoper zijn, zoals de republikeinen ons voorrekenen (een sneu argument), maar de paleizen en de gouden koets moeten toch onderhouden worden. Er zouden nieuwe musea moeten worden ingericht om de geschiedenis van Nederland en Oranje in gedachtenis te houden, een klusje dat nu door de koning geklaard wordt. De koning moet z’n werk doen (en dat doet ie volgens mij goed) en verder hoef ik niet te weten waar hij met vakantie naar toe gaat en wat hij in z’n vrije tijd doet.

Dat je een gezamenlijke geschiedenis hebt, niet de witte Nederlanders die Jansen heten, maar iedereen die hier woont en dat die geschiedenis iets zegt over het land zoals dat nu is en over de mensen die hier wonen, dat is waar een koning voor staat.

Blije koningsdag gewenst en geniet van uw oranje tompoes!

Met een opzichter van de wooncorporatie ging ik een woning binnen die voor het stadsklooster bestemd is. In de woning waren, onverwacht, bouwvakkers bezig om gipsplaten aan het plafond te schroeven. De opzichter zei dat het hem niet toegestaan is om direct contact met de aannemer te hebben. Hij geeft schriftelijk de opdracht en gaat controleren na afloop, als de bouwlui weg zijn.

Op mijn verbaasde reactie antwoordde hij dat de regels scherp zijn: elke mogelijke verstrengeling van belangen tussen opdrachtgever en uitvoerder moet worden vermeden. Gevolg van de tijd waarin de bazen van wooncorporaties zich lieten fêteren door hun zakelijke contacten. “Voor elke opdracht zijn zes handtekeningen nodig,” vertelde de opzichter. Hij leed onder de regels.

Regels zijn de oplossing van benauwde bestuurders. Of het niet beter werkt als je medewerkers vertrouwen geeft, gekoppeld aan heldere afspraken. Iemand vertrouwen geven lijkt me vruchtbaarder en effectiever dan alles met regels te willen beheersen. Vertrouwen doet recht aan mensen, aan hoe een mens zichzelf ziet en aan hoe een mens bedoeld is te zijn.

Toen Facebook nog niet bestond en Mark Zuckerberg student was nodigde hij z’n medestudenten uit om allerlei persoonlijke informatie aan hem te sturen die hij ordende en opsloeg. Hij liet het aan een vriend zien die zich afvroeg vroeg waarom mensen al die informatie deelden. Mark Zuckerberg zou geantwoord hebben: “sukkels.”

Ik ben geen facebooker, niet omdat ik minder een sukkel ben dan twee miljard andere mensen, maar omdat ik er geen zin in heb om de hele tijd op iemand te moeten reageren.

Een paar dagen geleden zag ik op de t.v. een documentaire over inwoners van het Syrische Raqqa die na de machtsovername door IS een persdienst ,“Raqqa is being slaughtered silently,” opzetten. Ze stuurden berichten en beelden uit Raqqa zodat de wereld kon zien wat daar aangericht werd. Het was gevaarlijk, ze deden het voor Syrië en voor Allah. Zij of hun familie werden door IS moordenaars opgezocht tot in Turkije en Duitsland.

De berichten gingen via Facebook de wereld in. De jongens van “Raqqa is being slaughtered silently” waren geen sukkels, integendeel en deze functie van het nu alom gewantrouwde Facebook lijkt me het vermelden waard.

Onderweg in Rusland spreek ik met Roman Aranin. Hij maakt nog net zo veel indruk als vier jaar geleden toen ik hem voor het eerst ontmoette. Aranin was piloot in het Russische leger, daarna begon hij een groothandel in behangpapier. Bij een ongeluk met een hangglider liep hij een dwarslaesie op waardoor hij tot aan zijn nek verlamd raakte.

Tegenwoordig heeft hij naast de behangpapier business ook een werkplaats waar elektrische rolstoelen gemaakt worden. Hij laat de plannen zien voor zijn nieuwe fabriek die dit jaar nog wordt gebouwd. Premier Medvedev kwam hem opzoeken en beloofde een grote lening. Naast de fabriek wil Aranin woningen bouwen voor zijn werknemers: lassers, monteurs en ingenieurs. Vaak jonge mannen die net als Aranin in een rolstoel zitten. Een van hen moet om naar zijn werk te komen op zijn handen vijf verdiepingen naar beneden en ’s avonds weer terug.

Roman Aranin is initiatiefnemer van een vereniging voor gehandicapte mensen. “We zijn optimisten” zegt hij, “geen zielige types.” En voegt hij eraan toe: “Ik weet niet hoe het komt, maar ik moet door. Ik word wel eens moe maar het is God die me vooruit jaagt.”

Sterrenkunde is een ingewikkelde wetenschap. Van de eenvoudigste sterrenkundige feiten duizelt het al in mijn hoofd. Bijvoorbeeld dat de sterren die je ’s nachts waarneemt eeuwen geleden zijn uitgedoofd. Omdat de sterren zo ver weg zijn en hun licht zo lang onderweg is.

Zo nu en dan lees je in de krant dat op een strand een fles met een gedateerde brief erin gevonden is, die aan de andere kant van een oceaan in het water was gegooid door iemand die al lang niet meer leeft.

Ongeveer zo stel ik me Pasen voor. Van wat lang geleden is gebeurd, men noemt het ‘opstanding’, wordt een licht naar voren geworpen, zo ver dat het op Paasmorgen de aarde verlicht.
Het feit kunnen we niet achterhalen, zo min als men het toen kon bevatten. Maar het licht is er. Dat moet genoeg zijn om daarvoor het dekbed opzij te rollen, op te staan en voor de opgestane Heer halleluja te zingen.

Vrolijk Pasen toegewenst!

Rond zes uur stond er zowaar een rij in het stembureau in de Schommelstraat. Terwijl ik met m’n drie stembiljetten in de hand naar voren schuifelde keek ik om me heen. Het Oude Noorden is een populaire wijk geworden voor jonge mensen, maar ook de meer traditionele wijkbewoners stonden in de rij: echtparen van wie de vrouw met hoofddoek.

Op de kandidatenlijst voor de wijkraad waren Turkse, Marokkaanse en Nederlandse namen. Een paar namen en gezichten van kandidaten kende ik, alleen de ‘Nederlandse.’ Achter de naam van een vrouw maakte ik het vakje rood.

Niet alleen Turken en Marokkanen stemmen vaak op iemand met hun eigen achtergrond, op NIDA of DENK. Ik kies dus ook “etnisch.” Niet omdat ik racist ben, maar omdat ik niet perse meer Turkse festivals in de buurt hoef.

Het blijft een spannende zaak, een stad met zo veel verschillende mensen. Als ik aan die rij met mensen in het stembureau denk ben ik daar niet zo somber over.