Stolpersteine

Logo Column BernardOp de vroege donderdagochtend stonden we met een handvol buurtbewoners voor het huisnummer 34 op het Pijnackerplein. De gemeente had een paar tegels gelicht en midden in het trottoir een gat gegraven. Tussen de tegels werden twee vierkante stenen met messingplaatjes geplaatst waarna het gat gevuld werd en het trottoir weer dichtgemaakt.

Op nummer 34 woonden tot 1942 of 1943 Salomon van Gelderen, geboren in 1893, en zijn vrouw Esther van Emden, geboren in 1903.

Hun namen staan in de messing plaatjes gegraveerd, hun geboortejaar, het jaar waarop ze gedeporteerd zijn, de datum en de plaats van hun einde. Salomon is in 1944 vanuit Westerbork in Auschwitz gekomen en werd daar op 22 mei vermoord. Esther kwam in 1943 uit Westerbork in Sobibor aan en werd daar, een jaar eerder dan haar man, op 21 mei omgebracht.

Een buurman was te weten gekomen dat Salomon en Esther geen kinderen hadden, hij was handelaar in textiel of in lompen. Niet bekend is of het echtpaar is opgepakt bij een razzia of dat ze zelf naar de trein zijn gegaan.

Ik zal er nog vaak langs of overheen lopen, gedachteloos, die plaatjes met de namen van Salomon en Esther van Gelderen. Maar gisteren niet, vandaag niet en zo nu en dan zal ik of iemand anders naar de grond kijken, de plaatjes zien, de namen lezen en ze zachtjes uitspreken.

Vrijdaggebed

Logo Column BernardDe Amsterdamse nieuwszender AT5 meldde dat de moskeeën in de stad hebben opgeroepen om in het vrijdaggebed te bidden voor burgemeester van der Laan. De burgemeester maakte eerder bekend dat hij ernstig ziek is. Het persbericht luidt:

‘Laten wij bidden voor onze geliefde burgemeester. Onze burgervader en zijn gezin hoeven deze moeilijke periode niet alleen te doorlopen. De Amsterdamse moslimgemeenschap is bedroefd en wenst Eberhard van der Laan en zijn gezin alle sterkte en steun toe. Wij zullen voor hen bidden.’

Aan de Nederlandse moslimgemeenschap wordt zo nu en dan gevraagd om zich onomwonden uit te spreken tegen het geweld dat de wereld in naam van de Islam treft. Als ik van die gemeenschap deel zou uitmaken wist ik niet hoe daarop te reageren.

De oproep om voor de burgemeester te bidden heeft daar op het eerste gezicht niks mee te maken. Nader gezien zegt het wel wat: het is een indrukwekkend gebaar. In donkere dagen moet je oog hebben voor elke lichtstraal.

Humor

Logo Column BernardAfgelopen zondagavond werd in de vesper een hoofdstuk uit het Bijbelboek Job gelezen, het dertigste. Daar antwoordt Job zijn vrienden die hem zijn komen bijstaan in het leed wat Job is overkomen. Job schuwt geen grote woorden: de mensen hebben het op zijn ondergang voorzien en, nota bene, God ook. Wat Job overkwam is afschuwelijk, diep zit hij in de put. De lezer of de hoorder is geneigd om de klacht van Job met respect en medeleven te verstaan. Een relativerend ‘kop op Job’ of ‘achter elke wolk schijnt de zon’ is niet gepast.

Er is, vermoed ik, nog een andere kant aan de klaagzang van Job. Dat is die van de humor. In de Joodse humor is de schlemiel een type. Hem (meestal hem) treft het altijd, hij is of ziet zichzelf als het slachtoffer van alle omstandigheden. De schlemiel ligt op de grond, anderen trappelen op en over hem heen. Over de zucht, de noodkreet wordt gelachen of gespot en het slachtoffer neemt dat op in zijn klacht, wat het nog erger maakt, maar waardoor hijzelf meester wordt van de toestand.

Humor is het rafelige draadje wat verhindert dat de noodlottige in de afgrond stort. Het is het laatste verweer. Humor als de strohalm van de humaniteit.

Nepnieuws

 

 

 

Ineens heeft iedereen het er over. Staat het in nieuwsberichten en krantenbijlagen. De kans dat we worden verleid door Nepnieuws.  Premier Rutten stemt in met het voornemen van de State of California om zich los te maken van de Verenigde Staten. ‘Er zullen vast meer staten volgen, stelt hij voor, is die Statenbond eigenlijk nog wel van deze tijd?’

Iedereen kan het schrijven, tenminste wie een beetje fantasie heeft en weet hoe dat moet, digitaal, zogezegd. Een beetje een kwaadaardige inborst is ook wel handig. Dan word je niet in verlegenheid gebracht door ethische argumenten of het wel goed en passend is.

Hoe zouden die bijbelschrijvers hier over hebben gedacht, bedacht ik deze week, bij de volgende bijlage in de krant over Nepnieuws. We weten inmiddels dat zij weinig materiaal achter de hand hadden om hun verhalen te staven op waarheid, betrouwbaarheid. Overtuigingskracht, daar beschikten ze zeker over, we lezen hun verhalen nog steeds, na twintig eeuwen. Zelfs na anderhalve eeuw Bijbelkritiek.

Gedreven waren ze ook. Johannes de Evangelist bijvoorbeeld, bezweert aan het eind van zijn Evangelie de lezer dat zij toch vooral gaan geloven dat Jezus de Christus is. Welke discussies er later in de geschiedenis hebben plaats gehad bij het vormen van de Canon, anders gezegd, bij de vraag wat er in de bijbel mocht en wat niet, dat is niet bekend. Dat de Evangelisten, onderling toch wel erg uit de pas lopen in herkenbaarheid van de loop van het verhaal, en ieder zo zijn eigen waarheid en verhaal heeft, dat is onloochenbaar. Het moet de samenstellers van die Canon toch ook opgevallen zijn….zou niemand ooit gedacht hebben: waar hálen ze het vandaan, is dit geen Nepnieuws?

Het oudste Nepnieuws dat in de bijbel staat, horen we in Genesis 3. In de discussie van de slang met Eva, in het paradijs. De slang weet precies wat God al of niet verboden heeft en waarom en waartoe. Dat suggereert hij tenminste. Het verhaal van de knop met het bordje er onder: pas op, niet aankomen! Nepnieuws is verdachtmaking. Dus eet de mens, naar hartelust.

Bert Kuipers

Maand van de spiritualiteit

Logo Column BernardIn Nederland is januari de maand van de spiritualiteit. Bij “spiritualiteit” denk ik aan chakra’s en klankschalen, kortom het appelleert aan mijn eigen benauwde en bevooroordeelde kleingeestigheid.

Dit jaar is “compassie” het onderwerp van de maand van de spiritualiteit. Bij “compassie” denk je aan de vluchtelingen die naar Nederland komen, aan de vrouw die voor Albert Heijn staat met de daklozenkrant, aan wat een mens bij een ander mens kan wakker maken. Mensen gedreven door compassie doen iets goeds voor een ander. “Compassie” komt uit iemands binnenste op, het is spontaan, niet beredeneerd en niet berekend.

Maar als thema van de maand van de spiritualiteit krijgt het in mijn oren iets willekeurigs, iets van een luxe artikel, iets waartoe je spirituele gesteldheid je zou kunnen bewegen. Het zou kunnen zijn dat compassie niets te maken heeft met spiritualiteit. Omdat compassie geen vrucht van de geest, maar van de geestloosheid is, niet van de rijkdom die iets uit te delen heeft, maar van de armoede die de hand ophoudt.

Compassie, daar weet de mens wat van die zijn eigen afhankelijkheid onder ogen heeft gekregen en daarom in een ander herkent wat in zijn eigen binnenste bestaat.

Juk en vrijheid

Logo Column BernardIn haar dankwoord voor een acteursprijs rekende de filmster Meryl Streep af met de aanstaande Amerikaanse president. Ze had op de t.v. gezien hoe Trump een journalist met een fysieke handicap belachelijk maakte. Als degene die de hoogste positie van het land inneemt zijn instinct volgt en iemand publiekelijk vernedert, dan zal dat als een uitnodiging opgevat worden om ook zo te doen, zei ze.

Want volgens Streep is het zo dat “disrespect invites disrespect” en “violence invites violence.”

Het was hetzelfde, maar dan omgekeerd, als wat Obama in zijn laatste speech zei. Dat de overheid er is om mensen te stimuleren zich te verbeteren en dat hijzelf, Obama, door de mensen een beter mens was geworden. Mensen zijn in hun stemming en gedrag beïnvloedbaar. Dat maakt de mens tot een sociaal wezen, het is zijn grote kracht én zijn achilleshiel. Vroeger werden mensen beïnvloed, gedisciplineerd door de stam, de staat of de kerk. Nu mogen ze het zelf uitzoeken, lijkt het, maar of het iets uitmaakt is de vraag. Het begint bij de mens zelf die zich wil laten beïnvloeden.

Het is de reclame, het zijn de verzamelaars van ‘likes,’ de trendsetters, de rattenvangers van Hamelen. Ieder die er zijn voordeel mee denkt te doen als ie een ander aan zijn kant krijgt.

“Laat u niet weer een slavenjuk opleggen”, schreef Paulus, denkend aan de kwetsbaarheid van de mens, juist dan als die zich zijn vrijheid realiseert.