U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Artikelen van Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

In de jaren negentig van de vorige eeuw was ik in Duitsland. Het standpunt van de Duitse overheid ten aan zien van euthanasie was toen (en ik denk nog altijd) dat het onbespreekbaar is. Een direct gevolg van de misdadige euthanasiepraktijk in de oorlogsjaren.

Een enkele keer, waar een leek kon vaststellen dat uitzichtloos geleden werd, bracht ik het ter sprake. Daar werd niet op gereageerd. Dat nazi verleden speelt dus na 75 jaar nog een rol: het maakt het onmogelijk om een verstandige discussie te voeren over euthanasie. In Nederland is die discussie wel gevoerd, met aan het eind een zorgvuldige conclusie en een wet waarin euthanasie is vastgelegd.

Er blijven vragen, want zo nu en dan worden beslissingen genomen waarbij je je af kunt vragen of dat de bedoeling is, en of je dat zo wel moet willen. Zoals wanneer iemand een euthanasieverklaring heeft opgesteld en daar later op terugkomt, wanneer hij niet meer geacht wordt een verstandige beslissing te kunnen nemen.

Ik ben ertegen dat dilemma’s als deze in een wet worden vastgelegd. Ook omdat mensen er een recht aan kunnen ontlenen, en dat is, lijkt me, de verkeerde manier om ermee om te gaan. (Ik kom op het onderwerp omdat vanmorgen een lezenswaardig stuk van Theo Boer over het onderwerp in Trouw stond).

Op de Binnenweg vlakbij de Coolsingel is een Falafelkiosk die ik ongeveer een keer per jaar aandoe. Naast het gedoe met het naar binnen werken van een veel te vol gepropt broodje worden nieuwtjes en wetenswaardigheden met de uitbaatster uitgewisseld. Zo gaat het al jaren.

Deze week werd ik ingelicht over de plannen om de hele hoek Binnenweg Coolsingel te slopen om plaats te maken voor een nieuwbouw van 120 meter hoog. Ik vraag me dan even af of het nooit ophoudt, waarmee ik mezelf als niet ras-rotterdammer bloot geef want Rotterdammers weten dat het in hun stad nooit ophoudt.

Ik vroeg of het wat ging worden met de “Black Friday” die overal in de binnenstad werd aangekondigd. De “Black Friday” bleek al op maandag te zijn begonnen. Er was meer winkelend publiek. Geen Falafel-eters trouwens.

Later leerde ik dat “Black Friday” de vrijdag na de Amerikaanse Thanksgiving Day is, deze 27 ste november dus. De dag waarop de Amerikanen na een vrije dag thuis blij zijn dat ze weer naar de Shopping Mall kunnen om spullen met verleidelijke kortingen in te slaan.

Ik was er voor geweest als het OMT had geadviseerd om dit jaar de Black Friday af te gelasten. Die maatregel vond men mogelijk al te ingrijpend.

Een paar jaar geleden, toen de rage op zijn hoogtepunt was, liep ik over de begraafplaats Rotterdam Oud Kralingen op zoek naar een graf. Verderop holde een geagiteerde beheerder door een laantje, terwijl hij naar een paar jongens riep dat ze moesten maken dat ze wegkwamen. Dichterbij gekomen vroeg ik de beheerder wat de opwinding was. Hij vertelde dat er een Pokemon op de begraafplaats was verstopt en dat een stroom Kralingse jeugd tussen de graven zwierf om hem te vinden. Hij werd er gek van. Even later zag ik de vellen papier die her en der aan bomen geprikt waren met “verboden voor Pokemon zoekers” waarschuwingen.

Het lijkt dat er in 2020 een nieuw tijdverdrijf is dat in de verte aan de Pokemon rage doet denken: pedofielen opsporen en aan het daglicht brengen. Want pedofielen zijn het uitschot van de mensheid, het laagste van het laagste, het ultieme kwaad. Alles mag, nee moet gedaan worden om ze uit te schakelen. Onlangs werd een man “ontmaskerd”, nadat hij foto’s gemaakt had van kinderen op een schoolplein.

Lang geleden spoorden ze heksen op om te verbranden; alles was toegestaan want heksen waren het ultieme kwaad. Later werden het zigeuners en Joden. Nu pedofielen. De behoefte om een ander als “het kwaad” te beschouwen is onuitroeibaar. Een christen kan, denk ik, weten dat je het kwaad niet buiten jezelf moet lokaliseren, en dat het niet aangaat om dat stempel op een ander te drukken. En als het nodig is voor een ander te gaan staan met wie je niets gemeen denkt te hebben. Niet wegkijken.

Van een Nederlandse cabaretier, ik meen Theo Maassen, heb ik wel eens een tekst gehoord over koningin Beatrix (het is dus al van even terug). In die monoloog maakte hij korte metten met alle regels die ooit golden voor de bejegening van het staatshoofd, de aantasting van andermans eer en simpel fatsoen.

Het was helemaal niet grappig, wel opmerkelijk. Want het was de vaststelling dat zaken als majesteitsschennis, belediging van autoriteiten en lastering van God er bij ons niet meer toe doen. Er zijn daar geen grenzen meer die overschreden kunnen worden, geen taboes.

Lees verder Vrijheid

Angela Merkel, “Bundeskänzlerin”, richtte zich op de teevee tot het Duitse volk en kondigde nieuwe maatregelen aan die moeten helpen het Coronavirus eronder te krijgen. Ze had het in haar toespraak over het offer dat gevraagd wordt van horecamensen en sportschoolhouders en ook het offer van alle Duitsers die zichzelf beperkingen moeten opleggen.

Dat woord “offer” vond ik opmerkelijk en ik vroeg me af of Rutte, die in toon niet heel anders dan Merkel is, zo’n onmodieus woord ook in zijn mond zou nemen. Want mensen die offers brengen zijn helden. Zoals de Poolse man die in de afgelopen zomer een paar kinderen uit zee redde en zelf daarbij het leven liet. Of de helden uit de zorg die we met pollepels en pannen voor open ramen hulde brachten.

Dat van gewone mensen die niets bijzonders presteren een “offer” gevraagd wordt, dat met geen medaille, eeuwige roem of teevee optreden beloond wordt, is een ongewone gedachte. Het is, meen ik, precies wat Jezus heeft bedoeld.

In 2004 kwam een nieuwe Bijbelvertaling, de NBV genoemd. Volgend jaar komt een nieuwe uitgave van de NBV, met 12.000 verbeteringen. De meest ingrijpende (in aantallen) is dat “hij,” waarmee God, Jezus en de Heilige Geest worden aangeduid, weer “Hij” wordt, net als daarvoor.

Het woord “aalmoes” gaat eruit. (Matteüs 6: Als je aalmoezen geeft, laat je linkerhand niet weten wat je rechter doet). In plaats daarvan komt “iets aan de armen geven.” “Aalmoes” komt van het Griekse woord “eleèmosunè” wat barmhartigheid betekent en die notie is er dan niet meer. Jammer voor de liefhebber, maar erg? Nee.

Toen de Nieuwe Bijbel vertaling in 2004 uitkwam waren er nogal wat theologen die protesteerden. Ik heb dat nooit begrepen. Ik ben geen vaardige vertaler, daar kan het onbegrip aan liggen. Maar hun protest had mogelijk ook te maken met het moeten missen van vertrouwde uitdrukkingen. Job en de profeten vind ik in de nieuwe vertaling erg mooi en de brieven van Paulus zijn nog niet makkelijk, maar veel leesbaarder geworden.

Nadat in 1637 de Statenvertaling was uitgekomen werden onbekende woorden en uitdrukkingen uit de bijbel overgenomen om ze in spreektaal te gebruiken. Dat zal met deze nieuwe vertaling niet gebeuren. Spreektaal komt niet meer uit de kerk maar van de straat of van internet. “Met je nieuwe patties en een paar donnies naar de mart in Rotta.” Wat betekent “met je nieuwe schoenen en een paar tientjes naar de Rotterdamse markt.”