U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Artikelen van Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

We hadden afgesproken op het bankje voor de Coöp in de Zwart Jansstraat. De ander wist dat de Coöp lekkere koffie heeft. Vanwege de regen kwamen we binnen terecht. De ander kwam van het station waar hij had geïnformeerd naar de trein naar Appingedam. De man aan het loket had gevraagd wat een mens in vredesnaam in Appingedam te zoeken heeft.

We vonden het allebei een typisch Rotterdamse eigenschap dat wildvreemde mensen elkaar aanspreken of iets op te merken hebben, en dat je die gewoonte zowel bij “oude” als “nieuwe” Rotterdammers tegenkomt. Alsof we allemaal dorpelingen zijn die in de stad verzeild zijn geraakt. Die gewoonte moet gekoesterd worden, daar waren we het over eens.

De man aan het loket had ook nog gevraagd of de reiziger uit Appingedam een boerenmetworst voor hem wilde meenemen.

In de krant (Trouw) was donderdag een artikel over ondernemingen in de thuiszorg. Een wet bepaalt dat verzekeringsgeld voor de zorg bestemd niet aan iets anders besteed mag worden. Maar slimme thuiszorgondernemers en hun hun accountants hebben wat uitgevonden zodat ze meer kunnen verdienen dan de wet toestaat. Of ze verkopen hun onderneming aan een stichting waarvan ze zelf het bestuur zijn.

“We” hebben ooit bedacht dat de zorg beter en efficiënter zou zijn als die in de handen van ondernemers kwam. We hadden kunnen weten dat er ondernemers zijn die het te doen is om een goede dienst te verlenen en dat er anderen zijn die graag rijk willen worden. Sommigen op kosten van anderen. Ik weet de oplossing niet: de zorg weer bij een overheid onderbrengen, extra regels voor ondernemingen, meer toezicht? Meest voor de hand liggend is om van mensen die in de zorg willen ondernemen te verwachten dat het hun niet in de eerste plaats om eigen gewin te doen is.

Nogal onthullend in dit verband was een opmerking in het artikel over de directeur die alle regels zo handig wist te omzeilen. Op zondag werkte hij niet en nam zelfs hij de telefoon niet op, vanwege zijn geloof.

Onderweg naar huis hadden we in Marseille een paar uur stuk te slaan. Geen zin meer in een museum beklommen we een berg waarop de kerk “Notre Dame de la Garde” staat. Boven op de toren kijkt Maria, beschermster van zeevarenden, in gouden gestalte over de stad en de zee uit. In de kerk was een mis (hemelvaartsdag) gaande. We vielen er in toen de priester de vredeswens uitsprak. Het in- en uit lopen van de toeristen scheen hem niet te hinderen. Bij de eucharistie zong een zuster in grijs habijt een lied. Haar accent was niet Frans, haar uiterlijk oosters.

Onder de kerk was een winkel waar je het gouden Mariabeeld in verschillende maten kon kopen. De verkoopsters waren ook vrouwen met een Indiaas of Filipijns uiterlijk. Ik vroeg me af of het voor hen roeping of opdracht was geweest om naar Frankrijk te gaan. En of je hen en hun motieven kunt vergelijken met die, die soms niet eens zo lang geleden uit Europa met de goede boodschap naar Azië trokken?

Het is niet zonder ironie, de geschiedenis van de christelijke boodschap. Zij die de gouden beeldjes aan de toeristen verkopen, de serene ingetogenheid waarmee in de mis de zuster haar lied zong ten overstaan van de fotograferende menigte.

Angela Merkel zei deze week dat van de 80 miljoen mensen in Duitsland er meer dan 19 miljoen een “immigratieachtergrond” hebben, en dat om die reden het land veranderd is en zal blijven veranderen. De mate waarin de integratie en de acceptatie zullen slagen is beslissend voor de toekomst van Duitsland, zei ze ook.

Bij de aanstaande verkiezingen voor het Europese parlement spelen meerdere onderwerpen een rol. Het democratisch gehalte van de EU, het milieu en de energie, maar vermoed ik, vooral hoe we in Europa met immigratie omgaan. De landen die mensen van buiten nodig hebben om aan de vraag naar arbeid te voldoen kijken daar anders naar dan de landen waar dat geen rol speelt.

Net als Duitsland is Nederland een immigratieland en ook Nederland verandert daardoor. Ik hoop dat volgende week parlementariërs gekozen worden die net als Merkel de ongemakkelijke waarheid niet uit de weg gaan. Want verandering brengt onzekerheid en er is denk ik geen mens die daar van houdt.

Toen ik gisteren uit de Pauluskerk naar buiten kwam en tussen de hoeveelheid aangespoelde fietswrakken in de rekken voor de kerk mijn eigen fiets (geen wrak) opzocht werd ik aangesproken met de vraag of ik iets bij me had om een sigaret aan te steken. Ik zocht tevergeefs mijn zakken na, ondertussen denkend dat de volgende vraag die om een kleine financiële bijdrage zou zijn, en dat ik niet meer had dan een enkel schamel muntje, toen de ander met een glimlach een rode aansteker tevoorschijn haalde waarmee hij zijn sjekkie aanstak.

Zijn vraag was niet meer dan een manier geweest om mij staande te houden, zei hij, en hij vroeg vervolgens niet naar geld, hij had iets te vertellen. Hij was even daarvoor uit het ziekenhuis ontslagen waar hij met zoiets als een hartstilstand was terecht gekomen. De politie had hem ergens in de stad zittende op de stoep gevonden en naar het ziekenhuis gebracht. Hij herinnerde zich niets meer, hij wist niet wat er met hem gebeurd was, noch waar. Het enige wat hij nog had was het sleuteltje van zijn nieuwe fiets, maar waar hij de fiets had gelaten wist hij ook niet meer.

Ze hadden hem goed verzorgd in het ziekenhuis. Hij kwam uit Frankrijk en daarvoor uit Marokko, was nu al jaren in Rotterdam, woonde in de daklozenopvang, werkte overal en nergens en hij was van plan het nog lang vol te houden, want hij voelde zich weer prima. Ik wenste hem het beste en hij mij de zegen van God.

Het was in de jaren ’90 dat we samen met onze Duitse buren naar de bioscoop gingen om de film Schindlers List te zien. Toen we na afloop verslagen buiten stonden merkte de buurvrouw op dat het toch verschrikkelijk was, als je je realiseerde dat op dat moment in de Balkan een oorlog woedde waar hetzelfde opnieuw gebeurde. Wij zwegen bij deze vergelijking.

Het moeilijke van de holocaust en van het herdenken daarvan is dat het onvergelijkbaar is. In bepaalde zin wel: de miljoenen doden onder het Sovjet regime, de Armeense genocide, ook daar zijn mensen als insecten verdelgd. Maar de holocaust met z’n fabrieksmatige, Duitse perfectie is anders. Het is ook in meerdere opzichten dichterbij.

Bij de herdenking op 4 mei in kamp Westerbork wilde men een voettocht organiseren om aandacht te vestigen op vluchtelingen. Dat gaat niet door omdat volgens anderen het lot van de Joden in Westerbork niet mag worden vergeleken met dat van een ontheemde Syriër of een Soedanees.

Het zegt iets over de ongemakkelijkheid van ons herdenken, die wordt lijkt het groter naarmate de jaren verstrijken. De wond mag niet dicht en dat moet ook niet.