U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Artikelen van Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

Je kunt zien dat het herfst is. Niet dat de bladeren al uit de bomen vallen, het is de manier waarop mensen door de stad gaan. Ook als het niet regent gaan ze gehaast, alsof ze zo kort mogelijk buiten willen zijn.

Iemand heeft z’n hond een dekje opgedaan.

Ik vraag me af of honden het prettig vinden om te worden aangekleed. Het doet er niet toe: het baasje maakt uit wat de hond prettig vindt. Mijn paardenklanten zeggen dat hun paard het koud heeft. Ik denk: je hebt het zelf koud omdat je niet gewend bent buiten te zijn.

In Amerika fokken ze paarden die lijken op de paarden uit tekenfilms. Met een beetje handigheid en wat geduld heb je het in een paar generaties voor elkaar. Een paard als een karikatuur zoals ze op de tekentafel van de Disney studio gemaakt worden. Dunne benen, licht naar buiten puilende ogen, een diepe kuil tussen neus en voorhoofd, staart en manen met een slag.

Ik vind het walgelijk, maar het is selectieve verontwaardiging: mensen modelleren dieren al eeuwenlang naar hun smaak en behoefte.

Kinderartsen trekken aan de bel omdat ze vinden dat er onvoldoende mogelijkheid is om bij zeer ernstig zieke kinderen euthanasie toe te passen. In de kranten komen ouders aan het woord die over hun ervaringen vertellen. Ik kan me daar iets bij voorstellen, dat een moment komt waarop je vaststelt dat het zo niet langer kan en niet langer moet. Maar tegelijk bekruipt me een ongemakkelijke gedachte.

Eens maakte ik mee dat bij een pasgeboren jongetje een ernstige hartafwijking werd geconstateerd. In het ziekenhuis werd een operatie voorgesteld, die enige kans op herstel bood. Het kind werd geopereerd. Na een paar maanden bleek een tweede operatie nodig en na nog enige tijd een derde. Toen het jongetje anderhalf jaar was overleed hij. Hij had een groot deel van zijn leven in het ziekenhuis doorgebracht.

Natuurlijk wil je als ouder dat je kind kans van leven heeft en daarom stem je met een operatie in. Maar na de eerste beslissing kun je bijna niet meer terug. Ik begon me na de zoveelste operatie af te vragen of ze er aan hadden moeten beginnen.

Het is de mogelijkheid om in te grijpen, die onmogelijke dilemma’s tot gevolg kan hebben. Met de mogelijkheid om een leven te beëindigen is weer een onmogelijk dilemma ontstaan. Dan vraag ik me af of het niet wat vaker zou moeten gaan over de vraag of er soms niet eerder gekozen zou moeten worden om iets niet te doen, niet in te grijpen dus.

De kwestie van de euthanasie gaat weer over ingrijpen, het lijkt alsof dat de enige keuze is.

In de krant ging het over de toespraak van de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg voor de Verenigde Naties in New York. Ik bekeek het op Youtube, wat een verwarrende ervaring opleverde. Sommigen reageerden enthousiast, anderen schamperden over de klimaatactivisten die een kind voor hun ideologische kar gespannen hadden.

Ik dacht dat er revoluties uitgebroken zijn na minder heftige toespraken, dus de opschudding is niet verwonderlijk.

De veranderingen die nodig zijn om de planeet leefbaar te houden gaan, vermoed ik, niet zonder dat we daartoe gedwongen worden. Een te groot deel van de mensen zal anders niet geneigd zijn om hun manier van leven te veranderen: omdat ze dat eenvoudig niet kunnen of omdat ze te veel gehecht zijn aan wat ze hebben.

Dan is de schok van de toespraak van Greta misschien nog een kleintje, in verhouding tot wat ons te wachten kan staan.

Een enkele keer wordt opgebeld met de vraag of ik het kleinkind van het dagverblijf kan ophalen, omdat iets uitloopt of nog iemand geopereerd moet worden.

Woensdagmiddag haastte ik me uit Ommoord naar huis, schroefde het kinderstoeltje achter op de fiets en kwam om 18.00 uur op de crèche. Binnen was het leeg. Alle kinderen (hun ouders maken lange werkdagen) waren buiten aan het spelen.

Het kleinkind lag op zijn buik in een hoek, geconcentreerd met iets bezig. Ik riep een, twee keer zijn naam. Hij stond op en kwam met een ernstige blik in zijn wijd open ogen haastig naar me toe lopen en pakte mijn hand vast. Zijn blik zei: je had wel wat eerder kunnen komen, we moeten verdomd gauw weg hier. Buiten op straat liet hij zich met een zucht van verlichting in het fietsstoeltje zetten.

Vrij, eindelijk vrij!

In de zestiende eeuw werden in Europa volop heksen opgejaagd en vermoord. In Nederland gebeurde dat ook, maar minder dan elders. Sommigen zeggen dat dit mede aan Erasmus te danken zou zijn die de heksenvervolging fel veroordeelde.

Ik stel me voor dat men een heks op de brandstapel bracht, niet persé omdat zij (of hij) er angstaanjagend uitzag of rare dingen met een bezem deed, maar omdat de mensen behoefte hadden aan een monsterlijke vijand, “het kwade” moest worden uitgeroeid. Mogelijk komt die behoefte voort uit een gedeeld gevoel van onveiligheid. In Nederland waren de laatste heksenprocessen in 1610.

Vandaag zijn er de mannen die kinderen wat aandoen die tot collectieve vijand worden gemaakt. De zaak waarin Jos B. verdacht wordt van moord op een jongetje is in het nieuws. Ik zag op de t.v. hoe onder leiding van Peter R. de Vries de verdachte in heel zijn monsterachtigheid werd afgeschilderd. En de kwestie van de man in Assen die stierf toen omstanders hem vasthielden nadat hij een kind zou hebben aangerand.

Zich aan kinderen vergrijpen is een misdaad, die dient te worden bestraft. Maar de hetzerige opwinding die zich van mensen meester maakt doet me denken aan de heksenjacht uit de zestiende eeuw.

Woensdagavond voetbalden de Oranjevrouwen tegen de Zweden. Het was me ontgaan, maar toen Marian laat in de avond thuis kwam zette ze de t.v. aan en zagen we de verlenging. Het was erg spannend maar wat mij betreft is daar alles wel mee gezegd. Ik zou er niet voor thuisblijven, voor het vrouwenvoetbal. Wat me stoort is het gedoe eromheen. Dat is bij andere sporten ook zo, maar nu ook rond het vrouwenvoetbal een “hype” gecreëerd wordt klinkt het opeens nog infantieler dan bij de mannen. Het gezeur om de teen van Lieke Martens, of het om een blessure aan haar grote of aan een andere teen gaat en hoe ernstig die is of valt het toch wel mee?

Op vrijdagavond twee weken geleden voetbalden de kerken in Rotterdam tegen elkaar. Van Maaskant deed ook een team mee, de sportieve successen laat ik buiten beschouwing. We voetbalden ook tegen een team waarin twee meisjes meededen. Ze waren goed, die meisjes, en ik ben niet vergeten hoe ze met de bal aan hun voet over het veld gingen, de stramme grijsaard die ik ben links en rechts passerend, de lol die ze hadden.

Dat meisjes en vrouwen het voetbal ontdekt hebben is wel leuk, het leukste is het plezier dat ze erin hebben. Het zijn misschien de mannen die voor de hype erom heen zorgen, dat gezeur over die teen.