U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Artikelen van Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

Gisteren, Hemelvaartsdag, deden we met het Stadsklooster mee aan een buurtactie in Carnisse op Zuid. Terwijl we tuintjes opruimden van mensen die daarvoor om hulp gevraagd hadden werd in de wijk volop Suikerfeest gevierd. Kinderen waren met hun nieuwe speelgoed in de weer, over straat flaneerden mensen in hun ‘suikerfeestbeste’ kleren. Rond het Zuidplein volle terrassen. Het was feestelijk en ook wij werden onthaald op baklava en zoetigheden.

Mijn Rotterdamse kleinkinderen waren door hun oppas uitgenodigd om het Suikerfeest bij haar thuis te komen vieren. Kleindochter van zes maanden voor het eerst in een jurk. Kleinzoon met zijn nieuwe bloes, cadeautjes, bloemen en een tekening voor de gastvrouw. We kregen een foto waarop ze poseren voor een tafel met lekkernijen en de kleinzoon bezig met zijn cadeau uit te pakken.

Ik had nooit aan een Hemelvaartsdag en Suikerfeest in één gedacht, in Rotterdam gaat dat heel best samen.

Kleine lichtpunten in de Corona duisternis zijn 4 en 5 mei. Alle aandacht op de 4e mei is gericht op de herdenking bij het monument op de Dam zonder afgeleid te worden door eventuele damschreeuwers en andere aandachttrekkers. Op de 5e mei dit jaar een optreden van de Duitse bondskanselier Angela Merkel, naast wie de Nederlandse en vermoedelijk ook andere politici dwergen lijken. Geen braderieën, geen bevrijdingsfestivals, geen met prominenten gevulde rondvliegende helikopters, zelfs geen oranjezon.

In Rotterdam is veel te herdenken. Ik herinner me een verhaal van Tony Vrijenhoek, die van de 14e mei was bijgebleven hoe onmiddellijk na het bombardement (haar ouderlijk huis was blijven staan) een tante was binnengevallen die op een wit spook leek omdat ze van top tot teen met kalk van instortende plafonds bedekt was. En onlangs gehoord over het “vergeten bombardement” op 31 maart 1943, waarbij in West 326 mensen werden gedood door Amerikaanse bommen die voor het havengebied bedoeld waren.

Degene die het vertelde was toen een klein meisje. Ze zag uit het raam van hun niet getroffen huis hoe dode kinderen op straat werden opgetild en weggedragen, klasgenoten en kinderen die ze kende. “Ze slapen, ze slapen,” had haar moeder gezegd. En de verhalen van hen die als kinderen ver weg van Rotterdam ergens in het land waren ondergebracht, omdat thuis geen eten was of geen huis meer. Sommigen met goede herinneringen, anderen weten nu nog hoe erg hun heimwee was. En de man die vertelde dat hij 3 jaar was toen zijn vader, nog in het begin van 1945, in Rotterdam van straat werd opgepakt om in Duitsland te werken en in de buurt van Hamburg bij een bombardement was omgekomen.

Op de crèche van de kleinkinderen was Corona rondgegaan. Alle kinderen moesten worden getest. Het jongste kleinkind, 5 maanden, bleek positief. Omdat wij in het afgelopen weekeinde hadden opgepast, met een bescheiden aandeel van mezelf, moest ik me gisteren laten testen. Voor de eerste keer, het voelde als een nederlaag. In de teststraat werd ik uitvoerig op de hoogte gesteld van wat ik
allemaal zou kunnen gaan voelen en beleven, van kokhalzen tot tranende ogen. Dat viel allemaal erg mee.

Vanmorgen kon ik via DigiD inloggen om de uitslag te vernemen. Het DigiD wachtwoord bleek niet meer te kloppen, hetgeen de stemming al wat koortsig maakte. Tenslotte greep ik de telefoon en kreeg de uitslag: negatief. Een kwartier later werd ik door iemand anders van de GGD opgebeld. Ik dacht met de mededeling dat de medewerker die ik eerder had gesproken wel eens positief en negatief door elkaar haalt. Maar de dame kondigde me de uitslag van de test aan.

Daarbij hield ze duidelijk even in voordat ze het beslissende woord uitsprak, alsof ik als deelnemer aan het Songfestival op de aan mij toegekende punten zat te wachten. Ik zei dat ik het al wist, maar dat ik toch erg blij was met de bevestiging. Dus kan ik zondag naar de kerk en daarna zo gauw mogelijk naar de priklocatie voor een vaccin.

Verjaardagen kan ik slecht onthouden, maar bij het opslaan van de aankomstdatum van de eerste boerenzwaluwen functioneert mijn geheugen wel. Vorig jaar, de vroege Corona lente, was het zes april, het jaar daarvoor acht april. Ze komen ieder jaar tussen zeven en negen april, met een kleine afwijking.

Dit voorjaar zag ik de eerste zwaluw pas op 18 april, zover ik me kan herinneren nog nooit zo laat. De eerste zwaluw is de voorbode van een grote groep. Na wat schermutselingen met de mussen die als vaste bewoners van de stal elk jaar weer even verontwaardigd doen over de seizoengasten, beginnen ze hun nesten op de balken in de stal in orde te maken. Dit jaar is er tot nu toe niet meer dan een handjevol zwaluwen aangekomen.

Ik vermoed dat ze een paar weken geleden onderweg in Frankrijk zijn overvallen door de vorst en doodgevroren zijn, hun route verlegd of zijn blijven steken. Een andere mogelijke verklaring is dat er minder insecten zijn. Wat de meeste zwaluwen dan vorig jaar moet hebben doen besluiten om het volgende voorjaar ergens anders naar toe te gaan. Een kleine troost: gisteren de eerste koekoek gehoord.

Voor de tweede keer hebben we Pasen gevierd in Corona omstandigheden. Een jaar geleden waren we in de “intelligente lock-down.” Als ik me goed herinner in een gemoedstoestand van verbazing over wat de wereld overkwam en van optimisme over de aanstaande beteugeling van de pandemie. Als het zomer werd zou alles weer min of meer normaal zijn. De zomer kwam, de herfst, de winter en weer een voorjaar.

Nu is de gemoedstoestand er een van ongeduld. Versoepelingen staan voor de deur, maar hoe dit te rijmen is met de niet overtuigende daling van het R-getal is niet erg duidelijk.

Wat blijft is de verbazing over een virus dat het menselijk leven wereldwijd kon ontwrichten. Dat onze natuurlijke omgeving niet aan ons onderworpen is, dat de natuur niet door de mens beheerst wordt, is een feit dat nog amper is doorgedrongen. Het is te hopen dat we met een vaccin in ons arm niet binnenkort denken dat we ‘het weer de baas zijn’ en gewoon verder kunnen.

De tijd van het kolonialisme is voorbij, maar onze voorstelling van de mens als kolonisator, die alles aan zich onderwerpt, zit er nog diep in. Hoe we er, wat dat betreft, over een jaar aan toe zijn?

Het gebaar waarmee een politicus z’n machteloosheid kan laten zien is het vragen om meer transparantie of, nog een graad erger, het eisen van totale transparantie. Naar aanleiding van de Haagse belevenissen in het afgelopen etmaal was het weer van alle kanten te horen. Het beste zou zijn als camera’s en microfoons in de kamer van de verkenners werden geïnstalleerd zodat iedereen kon zien en meeluisteren wat daar besproken werd. Je hoeft geen visionair te zijn om te voorspellen dat de gesprekken dan naar de dames of herentoiletten verplaatst worden of naar buiten of naar een andere plek waar ongestoord gepraat kan worden.

In een democratie gaat het erom dat de verschillende machten elkaar controleren, maar het gaat er net zo goed om dat degene aan wie een deel van die macht is toevertrouwd daar gewetensvol mee omgaat.

Ondertussen gebeurt bijna alles wat er in het leven echt toe doet in het verborgene, achter een dichte deur, in het donker en zoals in het verhaal van Pasen, achter een dikke steen. De vraag is van alle tijden, naar totale transparantie om erachter te komen wat er waar is aan de opstanding. Er is geen verklaring, alleen God weet het.

Dit niet-weten betreft ongeveer het grootste mysterie in het christendom. De mens, gebogen over die vraag, heeft zich vervolgens uitgerekt om een ogenblik boven zichzelf uit te stijgen, en met de christenen van alle eeuwen te antwoorden met ‘halleluja.’