U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Artikelen van Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

Woensdagavond voetbalden de Oranjevrouwen tegen de Zweden. Het was me ontgaan, maar toen Marian laat in de avond thuis kwam zette ze de t.v. aan en zagen we de verlenging. Het was erg spannend maar wat mij betreft is daar alles wel mee gezegd. Ik zou er niet voor thuisblijven, voor het vrouwenvoetbal. Wat me stoort is het gedoe eromheen. Dat is bij andere sporten ook zo, maar nu ook rond het vrouwenvoetbal een “hype” gecreëerd wordt klinkt het opeens nog infantieler dan bij de mannen. Het gezeur om de teen van Lieke Martens, of het om een blessure aan haar grote of aan een andere teen gaat en hoe ernstig die is of valt het toch wel mee?

Op vrijdagavond twee weken geleden voetbalden de kerken in Rotterdam tegen elkaar. Van Maaskant deed ook een team mee, de sportieve successen laat ik buiten beschouwing. We voetbalden ook tegen een team waarin twee meisjes meededen. Ze waren goed, die meisjes, en ik ben niet vergeten hoe ze met de bal aan hun voet over het veld gingen, de stramme grijsaard die ik ben links en rechts passerend, de lol die ze hadden.

Dat meisjes en vrouwen het voetbal ontdekt hebben is wel leuk, het leukste is het plezier dat ze erin hebben. Het zijn misschien de mannen die voor de hype erom heen zorgen, dat gezeur over die teen.

Op de avond van de Rotterdamse kerkennacht, 22 juni, waren we met vijf kerken uit het centrum te gast bij de Doopsgezinden voor een maaltijd waarvoor iedereen wat had meegebracht. Het gesprek aan tafel ging over het leven in de stad: hoe we met elkaar omgaan, waar we ons aan ergeren en wat je daar zelf aan kunt doen.

Twee chauffeurs van de RET waren ook uitgenodigd. Ze vertelden over omgangsvormen in de bus, nu en vroeger. Er was nogal wat veranderd. Alle scabreuze grappen zijn passé met de intrede van het MeToo tijdperk. De smartphone die elke andere vorm van communicatie lijkt te hebben verdrongen. De toegenomen prikkelbaarheid.

Als je het volhoudt om dag in dag uit tegen dezelfde instappende passagier “goedemorgen” te zeggen, dan heb je kans dat er een dag komt waarop hij van zijn telefoonscherm opkijkt en, licht verbaasd, “goedemorgen” terugwenst, was een ervaring van een van de RET’ers.

Overbodig om te melden dat we aan hun lippen hingen. Ik zit in Rotterdam nooit in een bus of een tram, maar, zo dacht ik, als ze bij de RET nog wat meer bestuurders hebben zoals deze twee, dan is Rotterdam nog niet verloren. Opgebeurd konden we daarna de kerkennacht in.

Zo’n vijf miljoen Syriërs zijn vanwege de oorlog in hun land naar het buitenland gevlucht, de meesten van hen naar omringende landen, Turkije, Jordanië en Libanon. Een minderheid kwam in Europa of verder weg terecht. Ik hoorde deze week een medewerker van ‘Kerk in Actie’ vertellen dat veel Syriërs in Libanon en Jordanië weer terug willen naar hun land. Maar onder hen zijn velen Soennitische moslim, en de Syrische regering zit op hun thuiskomst niet te wachten. Daarnaast willen Amerika en Europa eerst Assad weghebben voordat ze de wederopbouw van Syrië gaan ondersteunen en de terugkeer stimuleren.

De rol die de Russen in Syrië spelen heeft volgens de man van Kerk in Actie te maken met Tsarina Catharina de Grote, die zich in 1762 tot beschermster van de wereldwijde orthodoxe Kerk verklaarde. De Russen beschouwen het als legitimering voor hun militaire aanwezigheid in Syrië.

Het is een wonderlijk gezelschapsspel, de wereldpolitiek, waarbij het lot van de Syriërs een ondergeschikte zaak lijkt.

We hadden afgesproken op het bankje voor de Coöp in de Zwart Jansstraat. De ander wist dat de Coöp lekkere koffie heeft. Vanwege de regen kwamen we binnen terecht. De ander kwam van het station waar hij had geïnformeerd naar de trein naar Appingedam. De man aan het loket had gevraagd wat een mens in vredesnaam in Appingedam te zoeken heeft.

We vonden het allebei een typisch Rotterdamse eigenschap dat wildvreemde mensen elkaar aanspreken of iets op te merken hebben, en dat je die gewoonte zowel bij “oude” als “nieuwe” Rotterdammers tegenkomt. Alsof we allemaal dorpelingen zijn die in de stad verzeild zijn geraakt. Die gewoonte moet gekoesterd worden, daar waren we het over eens.

De man aan het loket had ook nog gevraagd of de reiziger uit Appingedam een boerenmetworst voor hem wilde meenemen.

In de krant (Trouw) was donderdag een artikel over ondernemingen in de thuiszorg. Een wet bepaalt dat verzekeringsgeld voor de zorg bestemd niet aan iets anders besteed mag worden. Maar slimme thuiszorgondernemers en hun hun accountants hebben wat uitgevonden zodat ze meer kunnen verdienen dan de wet toestaat. Of ze verkopen hun onderneming aan een stichting waarvan ze zelf het bestuur zijn.

“We” hebben ooit bedacht dat de zorg beter en efficiënter zou zijn als die in de handen van ondernemers kwam. We hadden kunnen weten dat er ondernemers zijn die het te doen is om een goede dienst te verlenen en dat er anderen zijn die graag rijk willen worden. Sommigen op kosten van anderen. Ik weet de oplossing niet: de zorg weer bij een overheid onderbrengen, extra regels voor ondernemingen, meer toezicht? Meest voor de hand liggend is om van mensen die in de zorg willen ondernemen te verwachten dat het hun niet in de eerste plaats om eigen gewin te doen is.

Nogal onthullend in dit verband was een opmerking in het artikel over de directeur die alle regels zo handig wist te omzeilen. Op zondag werkte hij niet en nam zelfs hij de telefoon niet op, vanwege zijn geloof.

Onderweg naar huis hadden we in Marseille een paar uur stuk te slaan. Geen zin meer in een museum beklommen we een berg waarop de kerk “Notre Dame de la Garde” staat. Boven op de toren kijkt Maria, beschermster van zeevarenden, in gouden gestalte over de stad en de zee uit. In de kerk was een mis (hemelvaartsdag) gaande. We vielen er in toen de priester de vredeswens uitsprak. Het in- en uit lopen van de toeristen scheen hem niet te hinderen. Bij de eucharistie zong een zuster in grijs habijt een lied. Haar accent was niet Frans, haar uiterlijk oosters.

Onder de kerk was een winkel waar je het gouden Mariabeeld in verschillende maten kon kopen. De verkoopsters waren ook vrouwen met een Indiaas of Filipijns uiterlijk. Ik vroeg me af of het voor hen roeping of opdracht was geweest om naar Frankrijk te gaan. En of je hen en hun motieven kunt vergelijken met die, die soms niet eens zo lang geleden uit Europa met de goede boodschap naar Azië trokken?

Het is niet zonder ironie, de geschiedenis van de christelijke boodschap. Zij die de gouden beeldjes aan de toeristen verkopen, de serene ingetogenheid waarmee in de mis de zuster haar lied zong ten overstaan van de fotograferende menigte.