U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Artikelen van Bernard van Verschuer

Bernard van Verschuer

Een vol programma deze week: natuurlijk weer Hayo Boerema met drie muziekstukken. Jan de Bas vertelt een verhaal over hoe hij met een gesigneerde dichtbundel van Gerard Reve uit de Bijenkorf wist te komen. En een speciale bijdrage van Karin Kreijkes over economie en vertrouwen. Bernard van Verschuer sluit zoals gewoonlijk af met deze week met een verhaal over de wonderlijke praktijken van de koekoek en wat dat met moraal te maken heeft.

In een krant werd een schrijver over zijn boek geïnterviewd. Hij had het over taal. Volgens hem kun je vaststellen dat onze taal in veel opzichten aan vernieuwing toe is. Taal die politici gebruiken is versleten, wat je kunt verstaan als “de woorden dekken de lading niet meer.” Omdat de woorden niet meer samenvallen met hun betekenis. Of omdat we het over de betekenis niet meer eens zijn en omdat we elkaar niet meer verstaan worden woorden gebruikt door sprekers zoals het hun het beste uitkomt.

Iemand kan tegen een ander zeggen “ik houd van je,” waarop de ander kan antwoorden “ik ga bij je weg.” Omdat de taal niet meer klopt, de boodschap “ik houd van je” niet meer wordt verstaan of niet meer geloofd. Terwijl er toch weinig menselijke mededelingen van meer gewicht lijken dan “ik houd van je.”

Taal moet worden geijkt aan de mensen die de taal gebruiken, waar worden door de daden die we ermee samen doen gaan.

Ik stel me voor dat dat iets met Pinksteren te maken heeft en de opmerking in het verhaal in Handelingen “dat zij elkaar opeens konden verstaan.” Het heeft met het creatieve vermogen van mensen te maken: iets te maken dat er niet was, of niet meer was. En zij zeiden dat het de Heilige Geest was die dat nieuwe mogelijk maakte. Een nieuwe taal.

In het lege terrein tussen geloof en ongeloof is het best goed vertoeven volgens Jan de Bas. Dit lege terrein treft hij aan in de roman van Stevo Akkerman “Donderdagmiddagdochter”. Hij vertelt er over in deze aflevering. Bernhard van Verschuer geeft antwoord op de vraag wat deze tijd van gedwongen stilstand met ons doet. En uiteraard weer muziek van Hayo Boerema.

Binnen in mij gaan twee mannetjes elkaar met vuisten te lijf. Er komt versoepeling van de coronaregels: terrassen, restaurants, concertzalen, bioscopen gaan open en ook mogen vanaf 1 juli op zondag ten hoogste honderd mensen naar de kerk. Dat laatste met een lijst restricties: er mag niet worden gezongen, er is een logistiek protocol bij het naar binnengaan en verlaten van de kerk zodat mensen niet te dicht bij elkaar in de buurt komen, er wordt geen koffie gedronken na de dienst, er wordt niet gecollecteerd, mensen zitten minstens anderhalve meter uit elkaar, er worden geen handen gegeven, niemand raakt iemand aan.

Wat is een kerkdienst als de gemeente niet zingt? Wat is een kerkdienst als er geen ontmoeting is, geen toenadering, geen hand die een andere hand vasthoudt? We zijn teruggeworpen op de vraag waar het om gaat in een kerkdienst, wat onmisbaar is en hoe we dat in de gemankeerde omstandigheden kunnen doen. Het gaat in de kerk om een mens die God zoekt te ontmoeten. Maar hoe doe je dat als je daar alleen voor staat?

Een van de twee mannetjes binnen in mij juicht bij het nieuws dat op 1 juli de kerk weer opengaat. Het andere mannetje realiseert zich dat nu het leven weer een beetje normaal lijkt te worden duidelijk wordt hoe abnormaal dat zal zijn en hoe moeilijk het is om daaraan te wennen. Ze verdragen elkaar niet, daarom gaan ze elkaar met vuisten te lijf.

Door heel het land hangen teksten van Ramses Shaffy. Ze gaan over de liefde van het leven en andere zaken waar Shaffy over schreef. Het moet ons een steuntje in de rug geven in deze gekke tijd van Corona. De bijdrage van Jan de Bas gaat hierover. Bernhard van Verschuer vertelt over Willem Banning, een vrijzinnige rode dominee. Hij bedacht in de Tweede Wereldoorlog plannen hoe het na de oorlog in Nederland, anders en beter zou kunnen gaan.

Op 6 mei werd gemeentelid Jaap Liersen 90 jaar. Namens de gemeente ging ik hem de dag na de verjaardag feliciteren en, met inachtneming van de regels, op het ruime balkon van de familie Liersen-van Es de resten van het verjaardagsgebak soldaat maken.

Jaap Liersen is geboren in Rotterdam, het jongste kind uit het tweede huwelijk van zijn vader. Z’n vader was eerst kapper en later havenarbeider. Hij leed onder een slechte gezondheid en overleed toen Jaap 18 was. Jaap heeft altijd zwerversbloed in z’n lijf gehad. Toen hij een jaar of twaalf was (in de oorlog) liepen hij en z’n vriendje via Maastricht tot aan de grens. Wat ze van plan waren, wilde de douanier weten. Jaap antwoordde dat ze op weg waren naar Marseille. Hij had in een boek gelezen dat je in Marseille op een schip kon klimmen waar je je onder een dekzeil kon verstoppen om een week later in Zuid Amerika aan te komen. Jaap en z’n vriend werden weer naar Rotterdam gebracht.

Lees verder Een zwerversjongen