U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

Een enkele keer wordt opgebeld met de vraag of ik het kleinkind van het dagverblijf kan ophalen, omdat iets uitloopt of nog iemand geopereerd moet worden.

Woensdagmiddag haastte ik me uit Ommoord naar huis, schroefde het kinderstoeltje achter op de fiets en kwam om 18.00 uur op de crèche. Binnen was het leeg. Alle kinderen (hun ouders maken lange werkdagen) waren buiten aan het spelen.

Het kleinkind lag op zijn buik in een hoek, geconcentreerd met iets bezig. Ik riep een, twee keer zijn naam. Hij stond op en kwam met een ernstige blik in zijn wijd open ogen haastig naar me toe lopen en pakte mijn hand vast. Zijn blik zei: je had wel wat eerder kunnen komen, we moeten verdomd gauw weg hier. Buiten op straat liet hij zich met een zucht van verlichting in het fietsstoeltje zetten.

Vrij, eindelijk vrij!

In Trouw werd geschreven over de Nederlandse paardenmarkten die hier en daar nog een jaarlijks evenement zijn. De oudste is de markt in het Zuid Hollandse Valkenburg, die voor het eerst in 841 gehouden werd. Daar en in andere dorpen houdt men de jaarlijkse paardenmarkt in stand.

Ik houd van paarden maar ben nooit op zo’n paardenmarkt geweest. Verhalen over die markten zijn er vele. Zoals die over de meer en minder gruwelijke trucs waarmee een handelaar een uitgeblust, dof en kreupel dier voor de duur van een marktdag kan omtoveren in een glanzend, huppelend raspaardje.

Er zijn tijden waarin mensen een paard niet aan de straatstenen kwijt kunnen. De paardenmarkt is dan de laatste hoop. Ik hoorde van iemand die met zijn pony naar de paardenmarkt in Zuid Laren ging om het aan de eerste de beste te slijten. Ponies waren volop te koop, kopers waren er niet. Aan het einde van de dag laadde hij zijn pony weer in de wagen en ging nog even het café in. Toen hij thuis kwam wilde hij de pony weer terug in de wei zetten. Toen hij de klep van de kar openmaakte stonden daar drie ponies, die van hem en nog twee andere, waarvan de eigenaar toch nog een manier gevonden had om van zijn ponies af te komen.

In de zestiende eeuw werden in Europa volop heksen opgejaagd en vermoord. In Nederland gebeurde dat ook, maar minder dan elders. Sommigen zeggen dat dit mede aan Erasmus te danken zou zijn die de heksenvervolging fel veroordeelde.

Ik stel me voor dat men een heks op de brandstapel bracht, niet persé omdat zij (of hij) er angstaanjagend uitzag of rare dingen met een bezem deed, maar omdat de mensen behoefte hadden aan een monsterlijke vijand, “het kwade” moest worden uitgeroeid. Mogelijk komt die behoefte voort uit een gedeeld gevoel van onveiligheid. In Nederland waren de laatste heksenprocessen in 1610.

Vandaag zijn er de mannen die kinderen wat aandoen die tot collectieve vijand worden gemaakt. De zaak waarin Jos B. verdacht wordt van moord op een jongetje is in het nieuws. Ik zag op de t.v. hoe onder leiding van Peter R. de Vries de verdachte in heel zijn monsterachtigheid werd afgeschilderd. En de kwestie van de man in Assen die stierf toen omstanders hem vasthielden nadat hij een kind zou hebben aangerand.

Zich aan kinderen vergrijpen is een misdaad, die dient te worden bestraft. Maar de hetzerige opwinding die zich van mensen meester maakt doet me denken aan de heksenjacht uit de zestiende eeuw.

Woensdagavond voetbalden de Oranjevrouwen tegen de Zweden. Het was me ontgaan, maar toen Marian laat in de avond thuis kwam zette ze de t.v. aan en zagen we de verlenging. Het was erg spannend maar wat mij betreft is daar alles wel mee gezegd. Ik zou er niet voor thuisblijven, voor het vrouwenvoetbal. Wat me stoort is het gedoe eromheen. Dat is bij andere sporten ook zo, maar nu ook rond het vrouwenvoetbal een “hype” gecreëerd wordt klinkt het opeens nog infantieler dan bij de mannen. Het gezeur om de teen van Lieke Martens, of het om een blessure aan haar grote of aan een andere teen gaat en hoe ernstig die is of valt het toch wel mee?

Op vrijdagavond twee weken geleden voetbalden de kerken in Rotterdam tegen elkaar. Van Maaskant deed ook een team mee, de sportieve successen laat ik buiten beschouwing. We voetbalden ook tegen een team waarin twee meisjes meededen. Ze waren goed, die meisjes, en ik ben niet vergeten hoe ze met de bal aan hun voet over het veld gingen, de stramme grijsaard die ik ben links en rechts passerend, de lol die ze hadden.

Dat meisjes en vrouwen het voetbal ontdekt hebben is wel leuk, het leukste is het plezier dat ze erin hebben. Het zijn misschien de mannen die voor de hype erom heen zorgen, dat gezeur over die teen.

Op de avond van de Rotterdamse kerkennacht, 22 juni, waren we met vijf kerken uit het centrum te gast bij de Doopsgezinden voor een maaltijd waarvoor iedereen wat had meegebracht. Het gesprek aan tafel ging over het leven in de stad: hoe we met elkaar omgaan, waar we ons aan ergeren en wat je daar zelf aan kunt doen.

Twee chauffeurs van de RET waren ook uitgenodigd. Ze vertelden over omgangsvormen in de bus, nu en vroeger. Er was nogal wat veranderd. Alle scabreuze grappen zijn passé met de intrede van het MeToo tijdperk. De smartphone die elke andere vorm van communicatie lijkt te hebben verdrongen. De toegenomen prikkelbaarheid.

Als je het volhoudt om dag in dag uit tegen dezelfde instappende passagier “goedemorgen” te zeggen, dan heb je kans dat er een dag komt waarop hij van zijn telefoonscherm opkijkt en, licht verbaasd, “goedemorgen” terugwenst, was een ervaring van een van de RET’ers.

Overbodig om te melden dat we aan hun lippen hingen. Ik zit in Rotterdam nooit in een bus of een tram, maar, zo dacht ik, als ze bij de RET nog wat meer bestuurders hebben zoals deze twee, dan is Rotterdam nog niet verloren. Opgebeurd konden we daarna de kerkennacht in.

Zo’n vijf miljoen Syriërs zijn vanwege de oorlog in hun land naar het buitenland gevlucht, de meesten van hen naar omringende landen, Turkije, Jordanië en Libanon. Een minderheid kwam in Europa of verder weg terecht. Ik hoorde deze week een medewerker van ‘Kerk in Actie’ vertellen dat veel Syriërs in Libanon en Jordanië weer terug willen naar hun land. Maar onder hen zijn velen Soennitische moslim, en de Syrische regering zit op hun thuiskomst niet te wachten. Daarnaast willen Amerika en Europa eerst Assad weghebben voordat ze de wederopbouw van Syrië gaan ondersteunen en de terugkeer stimuleren.

De rol die de Russen in Syrië spelen heeft volgens de man van Kerk in Actie te maken met Tsarina Catharina de Grote, die zich in 1762 tot beschermster van de wereldwijde orthodoxe Kerk verklaarde. De Russen beschouwen het als legitimering voor hun militaire aanwezigheid in Syrië.

Het is een wonderlijk gezelschapsspel, de wereldpolitiek, waarbij het lot van de Syriërs een ondergeschikte zaak lijkt.