U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

In de afgelopen week ging de Paus op reis door Oost Europa. Bij een bliksembezoek aan Hongarije bezocht hij een congres van christenen. Daarna sprak hij met premier Órban. Victor Órban profileert zich als de hoeder van de christelijke ziel van Europa, waarmee hij ook de abjecte Hongaarse behandeling van vluchtelingen legitimeert.

Daarna vloog de Paus door naar Slowakije. In Košice, de tweede stad van het land bezocht hij een wijk waar een Roma minderheid woont. In de wijk, Lunik IX, wonen ca. 6000 Roma, het kunnen er veel meer zijn. De Roma bevolken met gemiddeld 10 mensen een kleine woning. 90 % heeft geen werk. Ze leven van kinderbijslag en kleine uitkeringen. De meeste woningen hebben gas, elektriciteit, water noch riolering. De straten zijn open riolen. Voor koken en verwarming gaan wijkbewoners naar het bos om hout te sprokkelen. Lunik IX is het grootste getto binnen de Europese Unie. In de dagen voor het bezoek van de Paus werden afvalbergen geruimd, plantsoenen gesnoeid en straten schoongespoten.

Veel Slowaken vonden het maar niets dat de Paus naar de Roma wijk ging. De Paus zei tegen de samengestroomde Roma: “Te vaak bent u voorwerp van onbarmhartige oordelen, discriminerende stereotyperingen, van beledigende woorden en daden.”

De mensen in de wijk verwachten niet dat het na het bezoek van de Paus beter wordt, maar ze hopen van wel. Vrij naar Gerard Reve: toch goed dat er een Paus is!

Morgenmiddag twintig jaar geleden ging ik op de fiets naar iemand toe om iets af te spreken. Ik belde aan. De vrouw deed de deur open en liet me binnen. In de kamer zaten twee kinderen op de bank naar de t.v. te kijken. Ik wierp er een blik op en zag een wolkenkrabber gehuld in een rookwolk en een vliegtuig dat er tegenaan leek te botsen. Ik dacht, een moraliserende dominee betamend, dat het een beetje apart was om met je twee kinderen op een doordeweekse middag naar een rampenfilm te gaan zitten kijken. Even later fietste ik naar huis om zelf de t.v. aan te zetten.

In de dagen na nine-eleven knipte ik foto’s uit kranten met beelden van witbestoven mensen, verwrongen staalconstructies, gezichten van reddingswerkers en van politici die vastberaden proberen te kijken. De foto’s gebruikte ik als materiaal bij de catechisatie. Ik heb ze een jaar of tien later weggegooid, wat me nu spijt. Bij de aanslagen op elf september 2001 werden 2977 mensen gedood.

Wat de kapers met de aanslagen voor ogen gestaan mag hebben, de kwetsbaarheid van het wereldwijd dominante vrije westen hebben ze aangetoond.

Toen de Taliban eerder in Afghanistan aan de macht waren, het was in 2001, bliezen ze twee grote Boeddha beelden op omdat die volgens hen symbolen waren van vervloekte afgoderij. Of we nu te maken hebben met een Taliban 2.0, minder extreem zoals gezegd wordt, zullen we afwachten.

Het vernielen van de Boeddhabeelden, die 1500 jaar oorlogen, regime wisselingen en overgangen van een godsdienst naar een andere hadden doorstaan is net zo pijnlijk en onomkeerbaar als wat later IS heeft gedaan met de archeologische schatten in de Syrische stad Palmyra.

Maar nog erger dan de Boeddha’s in Bamyan en de schatten in Palmyra zijn de verjaging en vlucht van mensen uit Afghanistan en het hele Midden Oosten. Duizenden jaren hebben Joden, Christenen, Boeddhisten, Moslims, Druzen, Alevieten en mensen van andere tradities met elkaar geleefd. In één generatie lijkt dat onherstelbaar kapot gemaakt.

Mensen zijn tot alles in staat, maar ze kunnen ook tot bezinning komen en vrede stichten. Je hebt beslist zoiets nodig als geloof om daar nog op te vertrouwen.

Een week geleden was Marian jarig. Ook om de terugkeer naar het ‘gewone leven’ te vieren had ze familie en vrienden uitgenodigd. Een van onze kinderen vertelde na afloop over een conversatie tussen twee gasten, beide arts. Een van hen was net terug uit Suriname waar hij in een ziekenhuis gewerkt had. Ze kwamen te spreken over Peerke Donders, een pater uit Tilburg die in de 19e eeuw in Suriname in een melaatsenkolonie werkte en bekend werd als apostel van de melaatsen. In 1982 verklaarde Paus Johannes Paulus II hem zalig.

Het gesprek tussen de verjaardagsgasten mondde uit in een meningsverschil over de verdiensten van Peerke Donders. De een vond hem een heilige, de ander niet. In de Volkskrant stond vandaag een necrologie van een andere pater, Wim Boksebeld, die 5 augustus op Haïti gestorven is. Hij kwam uit Raalte en was meer dan 50 jaar missionaris op Haïti.

We kennen geen heiligen meer. Aan iedereen, zoals aan Peerke Donders en ongetwijfeld ook aan Wim Boksebeld is wel een vlek, klein of groot.

Het debacle in Afghanistan in gedachten vind ik de gedachtenis aan een man als Wim Boksebeld een troost. Hij heeft zijn hele leven gewijd aan een opdracht. Daartoe zijn mensen dus ook in staat.

In de vroege avond staan voor de Covid testlocatie in de Zwart Jansstraat jongeren te wachten tot ze aan de beurt zijn. Met een negatieve uitslag (binnen een kwartier) kunnen ze gaan dansen of iets anders doen waarbij ze zich aan geen 1,5 meter regel hoeven storen.

Ondertussen zijn de meeste festivals afgelast. Op het Pijnackerplein was geen Keti Koti viering, er is dit jaar geen Blue Grass festival, er zijn geen Versam dagen (Turks), er is geen brocante markt. Voor de organisatoren is het vervelend, voor de liefhebbers ook. Sommige wijkbewoners zullen het jammer vinden, ik zie er ook een voordeel in. De tot in de late avond dreunende luidsprekers en de trommeloptochten ontbreken. Dat brengt een hoop stilte voort.

En er ontstaat ruimte voor andere dingen: avond aan avond zitten vrouwen op het plein, ze maken kringen met van huis meegenomen klapstoelen, ze praten en eten en houden hun spelende kinderen in de gaten. Er zijn groepen die meer en minder georganiseerd aan fitness doen, er wordt gedanst, zo nu en dan verschijnt een clubje dat zingt, er wordt boksles gegeven en er is af en toe iemand met een gitaar en een ander met een bijbel die met anderen in een kring zitten of staan.

Veel verschillende mensen die een wijk bevolken, de ruimte die ontstaat maakt het zichtbaarder dan het was.

Fred Kappinga is pionier en voorganger van ICF Rotterdam Noord. ICF staat voor International Christian Fellowship. Op Zuid bestond al zo’n kerk, bijna drie jaar geleden begonnen Fred en zijn vrouw Henny er een in Noord. In het begin waren ze met een handjevol en kwamen ze op zondag bij Fred en Henny aan huis. Nu zijn ze met z’n vijftigen en huren op zondag een ruimte in de Baptistenkapel in de Proveniersstraat. Volgens Fred hebben ze weinig last van het Corona gedoe gehad, ze zochten elkaar op voor zover dat kon. De gemeente is aangesloten bij de Protestantse Kerk in Nederland en onderdeel van de Protestantse (Hervormd heet dat nog altijd in Rotterdam) Kerk Rotterdam Centrum. Als ze bij elkaar komen wordt er gepraat, uit de bijbel gelezen, gebeden en altijd samen gegeten.

Vanaf het begin hebben ze zich als doel gesteld om een diverse, ‘interculturele’ gemeente te zijn, volgens de website een kerk “van alle volken voor alle volken.” Gemeenteleden hebben Aziatische, Afrikaanse en Zuid Amerikaanse wortels. Daarmee onderscheiden ze zich van alle andere kerken in Rotterdam Centrum. Al onze kerken zijn bubbels van gelijkgestemden en gelijk gekleurden, met een enkele uitzondering.

Als we ons vergelijken met de christelijke groepen uit de tijd van Paulus, zo’n 2000 jaar geleden dan valt op hoe veelkleurig zij waren, hoeveel discussie er was en hoeveel ruzie ze maakten, maar ook hoe levendig het was. Met onze regeldrift en gelijkvormigheidszucht hebben we het leven er een beetje uitgehaald.

Ik vroeg of ze, als ze groter worden, niet ook steeds meer een homogene club worden. Volgens Fred gaan ze er alles aan doen om dat te voorkomen.