U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

Een paar dagen geleden was het mijn zoon die opmerkte dat er na zonsondergang verbazend veel sterren te zien waren. Iemand anders liet weten dat ook in de stad ’s nachts veel sterren te zien zijn. Het zal iets met de oostenwind en de heldere nachten te maken hebben of zijn we tegen wil en dank onze uitstoot van stikstof en fijnstof aan het verminderen?

Vanmorgen vroeg danste een kievietenpaartje door het weiland waar ik liep om te zien of de bodem droog genoeg was om er vee in te laten. Eergisteren lieten we de eerste paarden in de wei, sommige lieten de rituele voorjaarsbuitelingen achterwege en vielen al na twee stappen in de wei op het gras aan.

De mussen in de stal maken soms een heidens kabaal, ik verbeeld me dat ze ruzie hebben over de plek waar ze hun nesten bouwen. Ze maken voort, over anderhalve week worden de eerste zwaluwen verwacht met wie ze de stal moeten delen.

Gisteren ging het bericht rond dat in Buurmalsen, een kilometer of vijf hier vandaan, een wolf in een boomgaard gesignaleerd is. ik hoorde van iemand die was gaan kijken en de wolf had gezien. Ik ben er niet gerust op.

Binnenkort evacueren we onszelf weer terug naar de stad.

Zo’n honderd jaar geleden was Oepke Noordmans, ver familielid van onze (ex-) koster Peter, dominee in het dorp Suameer in Friesland. In de jaren tachtig was ik dominee in Suawoude, een kilometer of vijf van Suameer. Oepke Noordmans was een apart en origineel mens. Hij was, denk ik, een briljante theoloog. Hij bleef zijn leven lang dorpsdominee, terwijl hij professor had kunnen worden.

Oepke Noordmans trouwde, toen hij in Suameer stond, met een dochter van de dominee van Suawoude, die Oosterhuis heette. Dominee Oosterhuis is niet oud geworden, hij ligt in Suawoude op het kerkhof. Midden tussen de sobere grijze grafstenen staat een indrukwekkend monument, een witmarmeren zuil met een opengeslagen bijbel erop. Volgens de overlevering betaalde de gemeente dominee Oosterhuis zo slecht dat hij van de honger is doodgegaan, het dure grafmonument was ter verzoening van hun slechte geweten. Als ze het geld voor het monument tijdens zijn leven aan de dominee hadden betaald dan was hij vast niet gestorven, zegt ook de overlevering.

Mede naar aanleiding van het tragische einde van zijn schoonvader heeft Oepke Noordmans zich sterk gemaakt voor een vast traktement voor predikanten. Ik dacht deze week aan Oepke Noordmans, omdat ik in Suawoude wel eens mensen hoorde vertellen die hem nog hadden meegemaakt. Hij had een grote vrees voor besmettelijke ziekten. Als hij op ziekenbezoek ging, stootte hij met een stok de deur open en sprak door een kier de zieke toe, terwijl hij een zakdoek voor zijn gezicht hield.

Gisteren ging ik, na telefonisch te hebben gevraagd of bezoek welkom was, naar Capelle om Hans Haafkens voor zijn tweeentachtigste verjaardag een bosje bloemen te brengen. Hij vertelde dat hun dochter en twee kleinkinderen waren komen logeren. De kleindochters waren veel met hun telefoons in de weer geweest, desondanks hadden ze er zeer van genoten.

Sinds ze, vanwege de immobiliteit van Jeane, niet meer naar de kerk kunnen, is de verbinding met de gemeente minder geworden. Dat vinden ze beiden, Hans en Jeane, vervelend. Maar andere verbindingen komen daarvoor in de plaats en worden sterker, zoals met familie en kleinkinderen.

Een van de dingen die Hans Haafkens nog buitenshuis doet is de Koran lezen met een groepje in de Bergsingelkerk. Bij het afscheid hield ik, net als bij het binnenkomen, de handen langs mijn zij. De huisarts was de dag ervoor geweest. Zij had onbekommerd handen geschud. Aan mij zal het dus niet gelegen hebben.

In het kerkcafé was het afgelopen donderdag rustig: een paar schoolklassen liepen door Laurenskerk en een enkele toerist die het gure weer trotseerde. In het kerkcafé schoven twee gemeenteambtenaren aan die de kerktoren hadden geïnspecteerd. De toren van de Laurenskerk is net als de meeste oude kerktorens overheidseigendom. Een maatregel uit de tijd dat Napoleon de baas was. Hij maakte alle kerktorens staatseigendom omdat die als uitkijkpost van strategisch belang zouden zijn. Een raar argument maar veel kerkelijke gemeentes zullen Napoleon dankbaar zijn geweest ze van
het onderhoud af waren. Het is ook nooit meer teruggedraaid.

De Rotterdamse ambtenaren controleerden onder meer de mate van verzakking van de toren. Opmerkelijk is, vertelden ze, dat de toren vrijwel niet verzakt terwijl de Laurenskerk dat wel doet. In sommige jaren meer dan een millimeter. Of de bouw van parkeerkelders en ondergrondse spoorbanen rond de kerk daar wat mee te maken heeft wisten ze niet. We waren het er over eens dat de toren van de Laurenskerk onzichtbaar aan het worden is tussen de oprijzende hoogbouw erom heen.

Of de Laurenskerk die millimeter voor millimeter in de grond zakt over pakweg tweehonderd jaar verdwenen zal zijn en of die machtige gebouwen in de binnenstad dan nog overeind staan? Ik houd het op de Laurenskerk.

Gemeentelid Ineke Overdijkink wees op de preek die Sigrid Kaag, minister van Buitenlandse Handel, op 9 februari bij de Remonstranten in Bussum hield. Ik las hem en was onder de indruk. De tekst is van de profeet Micha:

“Er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de Heer van je wil:
niet anders dan recht te doen,
trouw te betrachten
en nederig te wandelen met je God.”

De spreker vertrouwt op Gods goedheid, zonder voorbehoud. Daarmee sluit ze aan bij de ondubbelzinnige helderheid van Micha’s woorden en dat maakt de preek zo sterk.

Lees verder Nederig

In de buurt van het Zuidplein in de Ebenhaëzerstraat is een prettig café, Koffie en Ambacht. Ik was er lang niet meer geweest. Een paar dagen geleden liep ik bij Koffie en Ambacht naar binnen. Andere klanten waren er niet. De man die de bestelling bracht vertelde dat hij wel eens voor de baas inviel als die wat anders te doen had. Hij was een jaar of zes geleden uit België naar Rotterdam verhuisd. Hij deed iets in de kunst, altijd in de vorm van tijdelijke opdrachten. Nu had hij een vast contract gekregen van een Belgische kunstinstelling en ging hij binnenkort naar Brussel verhuizen.

Rotterdam was hem dierbaar geworden, vertelde hij. Rotterdammers vond hij aardige mensen. Een ding had hij aan te merken. Net als de rest van Nederland dreigde de stad overgeorganiseerd te raken. “Nederland is ongeveer af,” zei hij. De Belgische steden zijn rommeliger en daar gaf hij de voorkeur aan.

Ik vond dat het in Rotterdam Zuid nog wel meeviel met het “aangeharkt” zijn en dat het juist een van de aantrekkelijkheden van dat stadsdeel is. Daar waren we het over eens.