U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

In de krant (Trouw) staat vandaag een interview met de nieuwe bisschop van Haarlem, Jan Hendriks. Een opgewekte man. Hij noemt een nieuw initiatief, “The Missionary School,” waarin kinderen worden uitgenodigd plannen te bedenken om meer mensen naar de kerk te trekken.

De interviewer noemt het feit dat in de voorbije jaren veel gelovigen hebben afgehaakt, omdat hun streven naar vernieuwing (de rol van vrouwen, bestuur door leken) stukliep op het behoudende bestuur. De bisschop antwoordt dat deze progressieve katholieken inmiddels hoogbejaard zijn. Jongeren in zijn Kerk hoort hij daar nooit over.

De realiteit is dat progressieven in de Katholieke Kerk, zoals de 8 mei beweging, een uitstervende soort is. Maar hun geloof in de vernieuwende kracht van de oude boodschap en hun liefde voor de Kerk, niet voor de priesters, verdienen meer dan afgedaan te worden als een dwaling uit het verleden.

De bisschop kijkt vooruit. In wat hij over zijn progressieve medegelovigen zegt, kun je horen dat het verleden met alle tegenstellingen nog niet voorbij is.

Vanmorgen trof ik de pony ziek in de wei. De erbij geroepen veearts zei dat-ie pijn had en dat er niets aan te doen was, waarop de pony een spuitje kreeg. Hij is een jaar of 35 geworden, voor een paard een hoge leeftijd.

Het moet rond 1993 geweest zijn. We woonden in Duitsland en ik had aan iemand verteld dat ik een paar dagen eerder naar een pony voor mijn kinderen was gaan kijken, die ik niet gekocht had. Kort daarop belde een onbekende man op, die had gehoord dat ik een pony zocht. Hij had een pony te koop. Ik ging kijken, vroeg raad aan iemand die er verstand van had, en kocht de pony. We noemden hem Jimmy. De kinderen leerden er op paardrijden.

Toen we een paar jaar later naar Nederland verhuisden bood de pastoor in de stad aan dat hij de pony wel naar Nederland wilde transporteren. De huishoudster van de pastoor werkte in de paarden, ze had een auto en een aanhanger voor paarden.

Ik had mijn vader opgebeld met de mededeling dat de pastoor en zijn huishoudster de pony kwamen brengen en met de vraag of ze bij mijn ouders konden overnachten. Mijn vader vroeg of ze in één slaapkamer konden worden ondergebracht. Ik weet het niet meer maar ik denk dat in twee kamers een bed werd opgemaakt.

De pony heeft nog wel eens wat kinderen op zijn rug gedragen, maar de meeste van zijn dagen in de wei gesleten. Hij had een onverstoorbaar karakter en liet zich door niets van de wijs brengen.

Een hoop dingen worden weer ‘normaal,’ vertelde premier Rutte woensdag in zijn laatste Corona update. Behalve de anderhalve meter regel, de grote evenementen en het zingen in het openbaar: in de kerk en in het voetbalstadion.

Als binnenkort in de Kuip een wedstrijd gespeeld wordt mét publiek dat op conversatietoon van zijn genoegen, en zoals daar gebruikelijk, veel vaker van zijn ongenoegen blijk zal geven, dan is dat een niet realistische voorstelling. Dat gaat, lijkt me, niet lukken. Zingen en luid van je bijval en afkeuring blijk geven, maken de mens op de tribune deelnemer in het spektakel dat zich op het veld afspeelt. Deelnemer, niet toeschouwer.

Wat in het stadion geldt, geldt ook in de kerk. Wie naar de kerk gaat is geen consument van een boodschap, of toeschouwer van een religieuze voorstelling, maar deelnemer. Een klacht die uit verschillende monden klinkt, een roep om hulp die door velen wordt verwoord, een loven van God uit een menigte van kelen: Onze Vader, die in de hemelen zijt.

Maar we moeten het dus voorlopig in de kerk en in het stadion zonder zingen doen. In de Kuip gaan ze zich daar vast niet veel van aantrekken. Wij in de kerk zullen wel gehoorzaam zijn. Dat is best, zolang we maar goed beseffen dat het eigenlijk helemaal niet kan.

Deels uit gemakzucht heb ik de neiging wel eens iets niet te zien. Als ik in huis een muis zie lopen kijk ik even de andere kant op. Marian niet. Ze had vastgesteld dat er ongedierte zat in de tas van de fiets onder het afdak naast de voordeur. Muizen, meende ze. We haalden wat rommel uit de fietstas. De volgende ochtend zaten twee mezen op de bagagedrager naar hun geplunderde nest in aanbouw te kijken. Even overwoog ik nog de fietstas los te maken en aan het kozijn te hangen.

Een paar dagen geleden, een week of drie later, was er weer onraad in de fietstas. Voordat ik aan dit stukje begon ging ik kijken, tilde voorzichtig de klep van de fietstas op en werd door een broedend, heftig blazend koolmeesje weggejaagd. Volhouders zijn het.

Als Donald Trump zich zou laten fotograferen met een Golden Retriever (aaibaar, aanhankelijk en betrouwbaar, het symbool van de Amerikaanse voorstelling dat ondanks alles de wereld toch heel is) dan zouden journalisten zeker van alles verzinnen waarom die foto met de Golden Retriever weer eens duidelijk maakt dat de president niet deugt. Ik bedoel: Trump kan in de ogen van veel mensen niets goeds doen.

Vorige week stond in de krant een foto van hem met een bijbel. Hij had even eerder de pers toegesproken en gezegd dat als het nodig is het leger tegen de demonstranten wordt ingezet, toen is hij door een park gewandeld, nadat de politie de demonstranten er met traangas uit had gejaagd, om zich voor de kerk te laten fotograferen. Met de bijbel in de hand.

Lees verder Bijbel

Woensdagavond waren we in het Stadsklooster om te eten, voor het eerst in maanden. In de tuin, iedereen z’n eigen eten meegenomen, waar ook wat van werd gedeeld. Op dezelfde tijd was de demonstratie op en rond de Erasmusbrug. Van een demonstreerde een dochter mee. Een ander vertelde dat ie z’n sociale media had uitgezet omdat z’n vrienden hem verweten dat hij niet mee demonstreerde. “Als je Corona belangrijker vindt dan Black Lives Matter ben je een racist.” In dat soort teksten had hij geen zin.

Het gesprek ging over Kick Out Zwarte Piet, over de manier waarop gekleurde mensen in een Nederlands dorp werden bekeken (de dochter die aan het demonstreren was) en hoe dat in Rotterdam gaat met de politie en het etnisch profileren. We deden ons best om genuanceerd te zijn, niet alleen te praten maar ook te luisteren.

Er is meer racisme in onze stad dan we geneigd zijn toe te geven, daar waren we het over eens.

Ik had me eerder afgevraagd of het niet een beetje raar was dat ze in Nederland de straat op gaan voor een man, George Floyd, die in Amerika door een agent is vermoord.

Ik denk dat niet meer. Het raakt een snaar, en het gaat ons allemaal aan.