U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

Bij de nieuwjaarsreceptie in het Steiger afgelopen donderdag waren Rotterdamse christenen van alle soorten om elkaar een goed jaar te wensen. Met Alexander Borst (Samen 010) en Erik Maan (wijkpastoraat Crooswijk en Samen 010) had ik het over de nieuwe film “The Two Popes.”

In de film leren de oude Paus, Benedictus, en de nieuwe, Franciscus, elkaar kennen. Franciscus (dan nog kardinaal Bertoglio) komt naar Rome om zijn ontslag aan te bieden. De Paus vindt de Argentijnse kardinaal een moderne onruststoker. Maar later, als Benedictus besluit om af te treden, wil hij dat Bertoglio zijn opvolger wordt, want een nieuwe wind is nodig, vindt ook de behoudende Benedictus. Het verhaal van de film is grotendeels verzonnen.

In de werkelijkheid is een nieuwe, spannende episode aangebroken: de oude Paus zou hebben meegewerkt aan een boek om de nieuwe Paus dwars te zitten bij zijn voornemen om iets aan het priestercelibaat te veranderen. De oude Paus ontkent, conservatieve krachten hebben hem voor hun karretje gespannen. Je moet als Rooms Katholiek christen een stevig geloof hebben om het vol te houden met, of ondanks, wat zich in de Kerk afspeelt.

Daar hadden we het over bij de nieuwjaarsreceptie. Ik stel me voor dat het al zo’n tweeduizend jaar in de Kerk over min of meer hetzelfde gaat. Wees niet verbaasd als bij de nieuwjaarsreceptie van de Rotterdamse Kerken in het jaar 3020 over iets soortgelijks wordt gesproken. Niets blijft hetzelfde en toch ook weer wel.

In de paardenstal hebben we een bezem die een meter breed is. Je kunt er met een beetje handigheid in een omzien een grote stal mee vegen. Terwijl iemand aan het vegen was merkte een ander in het voorbijgaan op dat ze op de middelbare school waar ze les gaf twee van zulke bezems aan elkaar hadden vastgemaakt waarmee na de pauze de overblijfruimte werd geveegd.

Ik vroeg of ze de leerlingen niet konden bijbrengen om hun etensverpakkingen niet op de grond te gooien. Ze hadden dat geprobeerd, vertelde de docent, maar de oplossing met de reuze bezem leverde minder gedoe en frustratie op.

Ja, dacht ik, en je brengt een generatie voort die de rest van z’n leven de rotzooi eenvoudig achter zich laat vallen omdat niemand het hun geleerd heeft.

O, heilige Greta Thunberg, kom van je wolk en doe d’r wat aan!

Van veel dingen ben ik geneigd het te wijten aan mijn voortschrijdende leeftijd. Zoals de woede die zomaar in me kan opwellen over de stompzinnigheid van een nieuwsbericht. Het bericht was over een onderzoek naar eenzaamheid onder ouderen. Trotse wetenschappers maakten bekend dat ouderen twintig jaar geleden gemiddeld eenzamer waren dan nu. Ik denk: hoe kun je dat meten? Is de perceptie van ‘eenzaamheid’ in die twintig jaar precies dezelfde gebleven? Wat is er in die periode veranderd? Hebben ouderen Netflix ontdekt, zijn ze actief geworden op Tinder, schepen ze zich vaker in voor Rijnreisjes?

Waar slaat het op, dat onderzoek en die conclusie? Is het vooral bedoeld voor de wetenschappers en hun generatiegenoten, dat ze zich met de kerstdagen niet druk hoeven te maken over hun ouders en andere bejaarde familieleden, omdat die het statistisch gezien verdomd gezellig hebben?

Eenzaamheid onder ouderen is een tijdlang een soort trend geweest. De gemeente Rotterdam begon een programma om er wat aan te doen. Het kan zijn dat het wat geholpen heeft, maar wie wel eens door een verpleeghuis loopt weet dat het met een programma niet is opgelost.

Dondermiddag, er was alweer kerkcafé, bood ik een dame, die uit de Laurenskerk naar buiten ging, een beker thee aan. “Nee dank u,” zei ze, “ik heb even een kaarsje aangestoken.” Mijn vragende blik vatte ze op als uitnodiging om er nader op in te gaan. “Voor Jules Deelder, hij is vandaag gestorven.”

Ik wist het niet. We deelden onze verbazing over het onverwachte verscheiden. Ik memoreerde dat hij onlangs zijn 75ste verjaardag met een groot feest gevierd had, schijnbaar in blakende gezondheid. De dame bevestigde dat, ze was zelf op het feest geweest.

Over Jules Deelder merkte ooit Henriëtte Smits op, vroeger vooraanstaand Maaskants gemeentelid, dat hij zijn kleine talent maximaal had aangewend. Dat “kleine talent” klinkt op het eerste gehoor wat neerbuigend, maar het is dat niet. Als we allemaal ons kleine talent maximaal zouden gebruiken dan waren we er in doorsnee een stuk beter aan toe dan we zijn.

Lees verder Dood

De banaan die door een kunstenaar met ducttape tegen een muur was geplakt en vervolgens door een andere kunstenaar werd opgegeten, was net voor meer dan € 100.000 door een museum gekocht. In dezelfde week werd bekendgemaakt dat in een grot rotstekeningen gevonden zijn, ouder dan de tot dusver oudst bekende rotstekeningen in Spanje en Frankrijk.

Ik kan niet in het hoofd kijken van de verre voorouder die in de grot op Sulawesi de dieren en mensfiguren tekende, maar stel me voor dat hij of zij dat deed om zich te verhouden tot zijn of haar omgeving. Uit de behoefte om iets of iemand of de wereld te bezweren. Om er vat op te krijgen.

De banaan aan de muur is een grap. De grap is niet de banaan achter het plakband. De grap is dat het ding € 120.000 waard was. Het verwarrende is dat geld niet als een grap wordt beschouwd, maar als het criterium waarmee bepaald wordt wat kunst is.

Ik verbeeld me dat de grotschilder van Sulawesi met zijn vrees en ontzag en behoefte om grip op iets te krijgen, ondanks de 44.000 jaar die ons scheiden, mij meer nabij is dan de grappenmaker met zijn banaan.

Sinds kort is er eens in de twee weken op donderdagmiddag “Kerkcafé” in de Laurenskerk. Afgekeken van de Pauluskerk, een uur waarop iedereen die al dan niet toevallig voorbijkomt kan aanschuiven, iets te drinken krijgt en uitgenodigd wordt om mee te praten over een woord of een korte tekst.

We, Marijke van Essen, Peter Noordmans en ik, hebben twee keer Kerkcafé gedaan en het resultaat is verbluffend. We hadden de eerste keer één gast aan tafel, de tweede keer eerst ook éen en later een paar erbij. Het verbluffende zit hem dus niet in de aantallen. De gast op de tweede donderdag was een dame uit China, die in Londen woont en in Rotterdam op bezoek was. Het gesprek (in het Engels) ging over ‘geloven.’ De vrouw vertelde iets over Tao en Confucius en dat haar geloof gericht was op de mogelijkheid om zich te verbeteren. Te verstaan als streven naar een hoger niveau in persoonlijk en beroepsleven, voor zichzelf en ook voor het Chinese volk.

Verbluffend is het om in een minuut of twintig iets te zien te krijgen van iemands binnenste. Het heeft te maken met de ‘magische’ ruimte van de kerk. Het heeft er denk ik ook mee te maken dat je als bezoeker van een stad zomaar uitgenodigd wordt om te praten over wat je beweegt, wat je in een klap uit de anonimiteit optilt. Er moet nog wat aan geschaafd worden, aan het concept Kerkcafé, maar voorlopig gaan we ermee door.