U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Column

Je kunt zien dat het herfst is. Niet dat de bladeren al uit de bomen vallen, het is de manier waarop mensen door de stad gaan. Ook als het niet regent gaan ze gehaast, alsof ze zo kort mogelijk buiten willen zijn.

Iemand heeft z’n hond een dekje opgedaan.

Ik vraag me af of honden het prettig vinden om te worden aangekleed. Het doet er niet toe: het baasje maakt uit wat de hond prettig vindt. Mijn paardenklanten zeggen dat hun paard het koud heeft. Ik denk: je hebt het zelf koud omdat je niet gewend bent buiten te zijn.

In Amerika fokken ze paarden die lijken op de paarden uit tekenfilms. Met een beetje handigheid en wat geduld heb je het in een paar generaties voor elkaar. Een paard als een karikatuur zoals ze op de tekentafel van de Disney studio gemaakt worden. Dunne benen, licht naar buiten puilende ogen, een diepe kuil tussen neus en voorhoofd, staart en manen met een slag.

Ik vind het walgelijk, maar het is selectieve verontwaardiging: mensen modelleren dieren al eeuwenlang naar hun smaak en behoefte.

Kinderartsen trekken aan de bel omdat ze vinden dat er onvoldoende mogelijkheid is om bij zeer ernstig zieke kinderen euthanasie toe te passen. In de kranten komen ouders aan het woord die over hun ervaringen vertellen. Ik kan me daar iets bij voorstellen, dat een moment komt waarop je vaststelt dat het zo niet langer kan en niet langer moet. Maar tegelijk bekruipt me een ongemakkelijke gedachte.

Eens maakte ik mee dat bij een pasgeboren jongetje een ernstige hartafwijking werd geconstateerd. In het ziekenhuis werd een operatie voorgesteld, die enige kans op herstel bood. Het kind werd geopereerd. Na een paar maanden bleek een tweede operatie nodig en na nog enige tijd een derde. Toen het jongetje anderhalf jaar was overleed hij. Hij had een groot deel van zijn leven in het ziekenhuis doorgebracht.

Natuurlijk wil je als ouder dat je kind kans van leven heeft en daarom stem je met een operatie in. Maar na de eerste beslissing kun je bijna niet meer terug. Ik begon me na de zoveelste operatie af te vragen of ze er aan hadden moeten beginnen.

Het is de mogelijkheid om in te grijpen, die onmogelijke dilemma’s tot gevolg kan hebben. Met de mogelijkheid om een leven te beëindigen is weer een onmogelijk dilemma ontstaan. Dan vraag ik me af of het niet wat vaker zou moeten gaan over de vraag of er soms niet eerder gekozen zou moeten worden om iets niet te doen, niet in te grijpen dus.

De kwestie van de euthanasie gaat weer over ingrijpen, het lijkt alsof dat de enige keuze is.

In de krant ging het over de toespraak van de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg voor de Verenigde Naties in New York. Ik bekeek het op Youtube, wat een verwarrende ervaring opleverde. Sommigen reageerden enthousiast, anderen schamperden over de klimaatactivisten die een kind voor hun ideologische kar gespannen hadden.

Ik dacht dat er revoluties uitgebroken zijn na minder heftige toespraken, dus de opschudding is niet verwonderlijk.

De veranderingen die nodig zijn om de planeet leefbaar te houden gaan, vermoed ik, niet zonder dat we daartoe gedwongen worden. Een te groot deel van de mensen zal anders niet geneigd zijn om hun manier van leven te veranderen: omdat ze dat eenvoudig niet kunnen of omdat ze te veel gehecht zijn aan wat ze hebben.

Dan is de schok van de toespraak van Greta misschien nog een kleintje, in verhouding tot wat ons te wachten kan staan.

Een enkele keer wordt opgebeld met de vraag of ik het kleinkind van het dagverblijf kan ophalen, omdat iets uitloopt of nog iemand geopereerd moet worden.

Woensdagmiddag haastte ik me uit Ommoord naar huis, schroefde het kinderstoeltje achter op de fiets en kwam om 18.00 uur op de crèche. Binnen was het leeg. Alle kinderen (hun ouders maken lange werkdagen) waren buiten aan het spelen.

Het kleinkind lag op zijn buik in een hoek, geconcentreerd met iets bezig. Ik riep een, twee keer zijn naam. Hij stond op en kwam met een ernstige blik in zijn wijd open ogen haastig naar me toe lopen en pakte mijn hand vast. Zijn blik zei: je had wel wat eerder kunnen komen, we moeten verdomd gauw weg hier. Buiten op straat liet hij zich met een zucht van verlichting in het fietsstoeltje zetten.

Vrij, eindelijk vrij!

In Trouw werd geschreven over de Nederlandse paardenmarkten die hier en daar nog een jaarlijks evenement zijn. De oudste is de markt in het Zuid Hollandse Valkenburg, die voor het eerst in 841 gehouden werd. Daar en in andere dorpen houdt men de jaarlijkse paardenmarkt in stand.

Ik houd van paarden maar ben nooit op zo’n paardenmarkt geweest. Verhalen over die markten zijn er vele. Zoals die over de meer en minder gruwelijke trucs waarmee een handelaar een uitgeblust, dof en kreupel dier voor de duur van een marktdag kan omtoveren in een glanzend, huppelend raspaardje.

Er zijn tijden waarin mensen een paard niet aan de straatstenen kwijt kunnen. De paardenmarkt is dan de laatste hoop. Ik hoorde van iemand die met zijn pony naar de paardenmarkt in Zuid Laren ging om het aan de eerste de beste te slijten. Ponies waren volop te koop, kopers waren er niet. Aan het einde van de dag laadde hij zijn pony weer in de wagen en ging nog even het café in. Toen hij thuis kwam wilde hij de pony weer terug in de wei zetten. Toen hij de klep van de kar openmaakte stonden daar drie ponies, die van hem en nog twee andere, waarvan de eigenaar toch nog een manier gevonden had om van zijn ponies af te komen.

In de zestiende eeuw werden in Europa volop heksen opgejaagd en vermoord. In Nederland gebeurde dat ook, maar minder dan elders. Sommigen zeggen dat dit mede aan Erasmus te danken zou zijn die de heksenvervolging fel veroordeelde.

Ik stel me voor dat men een heks op de brandstapel bracht, niet persé omdat zij (of hij) er angstaanjagend uitzag of rare dingen met een bezem deed, maar omdat de mensen behoefte hadden aan een monsterlijke vijand, “het kwade” moest worden uitgeroeid. Mogelijk komt die behoefte voort uit een gedeeld gevoel van onveiligheid. In Nederland waren de laatste heksenprocessen in 1610.

Vandaag zijn er de mannen die kinderen wat aandoen die tot collectieve vijand worden gemaakt. De zaak waarin Jos B. verdacht wordt van moord op een jongetje is in het nieuws. Ik zag op de t.v. hoe onder leiding van Peter R. de Vries de verdachte in heel zijn monsterachtigheid werd afgeschilderd. En de kwestie van de man in Assen die stierf toen omstanders hem vasthielden nadat hij een kind zou hebben aangerand.

Zich aan kinderen vergrijpen is een misdaad, die dient te worden bestraft. Maar de hetzerige opwinding die zich van mensen meester maakt doet me denken aan de heksenjacht uit de zestiende eeuw.